Kapt Farben

                                                                                                                                                                                      Als de trein  piepend begint af te remmen en we langs de eerste huizen van Great Yarmout rijden. Beginnen de pasagiers hun jassen aan te trekken ,en hun bagage uit het net boven hun hoofden te halen. Een felle bui met hagel geselt de ramen van de trein maar ja het is dan ook Februari. Flarden zwarte vette rook van de Locomotief worden door de bui neer geslagen. Ik trek mijn jack aan en pak mijn plunjezak uit het bagage net. En zie het station in het raam verschijnen, als de trein schokkend en piepend tot stil stand gekomen is worstel ik me naar de uitgang van de trein. Stap het perron op en laat mij met de stroom  mee richting uitgang voeren. Als ik buiten het station ben zet ik de kraag van mijn jack op, want het regent nog steeds pijpenstelen. Dan sla ik de weg naar de haven in, om de  Meester van de Henny-D af te gaan lossen.  Die naar  later bleek niet meer aan boord van de Henny D was. Om dat ik bekent ben  in Great Yarmouth  loop ik regel recht door naar de haven. Als ik aan de haven kom zie ik de "Henny- D" al  aan de kade liggen. Zee klaar ligt ze aan haar trossen te trekken, als een Koppel [Engels visser scheepje ] op weg naar zee voor bij Vaart  .  

Ik smijt mijn plunjezak op het achterdek en spring er achter aan. En ga dan op zoek naar de Kapitein. Ik loop iets naar voren en zie een deur met een koperen bordje met Salon er op. Nou iedere Coaster man weet dat daar negen van de tien keer de Kapitein en eventueel zijn vrouw te vinden is. Ik klop op de deur, en na een tijdje nog eens om dat niemand reageert op mijn geklop open ik de deur dus zelf maar en ga naar binnen. Ik roep hallo is daar iemand dan hoor ik van beneden roepen wie u ook ben ik ben zo bij u. Gaat u al vast maar zitten Meneer.

De salon ziet er huiselijk uit, als of een vrouwen hand hier de poets beurten geeft. Aan de want hangen verschillende schilderijtjes en ingelijste foto,s. Een foto is van een al wat kalende man met zijn vrouw, op het achter dek van de Henny-D, zouden de Kapt en zijn vrouw  de wel eens kunnen zijn .  Terwijl ik de foto,s sta te bekijken hoor ik een stem achter mij zeggen.

"Goede middag Meneer u bent zeker de eerste of tweede Meester?

Ik draai mij naar het geluid van de stem om, en ben stom verbaast. Voor mij staat een slanke man met een witte uniformpet op zijn hoofd met een lang smal gezicht en een havik neus. Een snor met een punt baardje en een gouden bril met neusbeugel completeren het geheelHij is gekleed in een zwart jasje met  twee geborduurde balken op zijn borst. Wat naar later blijkt zijn onder scheidingen te zijn.  Een wit overhemd met een licht blauwe das en een gouden speld,

een licht grijze broek met zwarte schoenen. Alles rerfect in de vouw, en de schoenen zijn glimmend gepoetst. De man ziet er uit om door een ringetje te halen. Daar om ben ik zo verbaast want ik had die oudere kalende man van de foto als de Kapt verwacht. En niet zo,n gedistingeerd figuur als deze man.Ik geef hem een hand  en zeg dat ik de eerste Machinist  ben.

” Farben Kapitein,” stelt hij zich aan mij voor, Meneer ik ben net zelf drie uur aan boord als af los Kapitein want de eigenaar tevens de Kapitein van dit schip is voor vier maanden geschorst Zullen we eens in de Mess gaan kijken of de andere bemanning leden daar te vinden zijn. Dan kunt u zich daar na gaan instaleren, de tweede is nog niet aan boord maar die zal zo wel komen vermoed ik, hoe is uw reis naar hier  verlopen  prettig hoop ik.

Is wel mee gevallen Kap, alleen de rit met die Stoomtrein van Londen naar hier vind ik wat smerig overal zit roet aan en op. Onder tussen zijn we in de Mess aan gekomen waar de gehele bemanning zit te wachten op de dingen die komen gaan

Ik stel mij voor aan de mensen en vraagt de Stuurman een Brabander die zijn vrouw die Tonny heet  mee vaart als kok, ik vraag of iemand mijn hut even kan wijzen zo dat ik kan gaan uitpakken. 

Dat doe ik wel even meester zegt Andries een matroos [we hebben twee matrozen Andries, Harry en Jan de o/g] Mijn hut is niet te ruim en niet te klein maar beter als die van de tweede die slaapt bij de matrozen in een ruimte met vier kooien vertelt Andries. En dat heeft in het verleden nogal eens  moeilijkheden gegeven. Dan ging zo,n tweede machinist stan pede terug als hij zag dat hij geen eigen hut had nou ja dat zou ik ook doen. Na te hebben uitgepakt en mij gelijk heb omgekleed duik ik de Machinekamer in nou dat was met recht een vetloods. Wat is de boel hier  verwaarloosd ,alles is vies en vuil op de dek platen breek je nek zo wat  van het vet en de olie zo vuil als die zijn. Geverfd is er zeker al in geen jaren het is in een woord een armoedige troep. Gereedschap is er weinig en wat er is , moet van het jaar nul zijn. Er moet heel wat gebeuren voor dat  er gevaren kan worden met deze schuit zeker weten. Ik ga naar boven om met de Kapt te overleggen en hem te zeggen dat we zo nog niet kunnen varen. 

Boven gekomen ga ik eerst maar eens een babbeltje met de Stuur maken. Hij vertelt dat hij net een reis aan boord zit, en dat zijn voorganger in een Psychiatrische instelling zit voor geestelijk gestoorden. "De Henny- D" had namelijk vier maanden zonder eerste Machinist gevaren daarom was ook de kapt eigenaar geschorst. De vorige stuurman had de rol van eerste Machinist overgenomen, en deed de gekste dingen wel of niet in de machine kamer terwijl de tweede niks durfde zeggen.

De Stuurman dreigde iedereen met  lichamelijk geweld en aangezien er geen Meester te krijgen was moest de eigenaar zijns inziens toch wat, en bleef hij maar door varen om het hoofd boven water te houden.

Mijn voorganger is zo mesjokke geworden vertelt de Stuur aan mij, omdat hij verleden jaar bij Schiermonnikoog tijdens een zware storm op een potje de Ton-G tijdens een storm  is omgeslagen om dat de Motor uitgevallen was. Hij was toen het gebeurde net naar beneden gegaan om wat te pakken, en heeft  acht uur  in een luchtbel gezeten terwijl de boot nog dreef,  na acht uur werd de Ton-G op de banken bij Ameland gegooid, waarna het Coastertje terug draaide en hij een paar uur later door een helikopter ontdekt werd en daar na gered, terwijl de andere vier bemanningsleden zijn verdronken. Dat heeft een geestelijk zieke man van hem gemaakt. En tijdens een reis van Diepe naar Oostende hij was bezig met de jongens in de voorkuil ging hij plotseling op het pot deksel staan en zei ik ben Den Heer en ik zal naar u mijn vader toe komen en hij stapte zomaar over boord. Natuurlijk grote consternatie er werden twee redding boeien over boord gegooid en er werd op koers terug gegaan de ouwe heeft hem uit eindelijk uit het water gehaald. En na dien tijd heeft hij geen woord meer gezegd ze hebben hem in Diepe naar het ziekenhuis gebracht.

Van daar is hij naar een Psychiatrische Instelling in Nederland vervoerd. Dat is 

erg triest voor zo,n man Meester, en natuurlijk ook voor zijn vrouw en kinderen. Ik hoop zo iets nooit mee te maken. Na dat gesprek ga ik  naar de Salon om met de Kapt te overleggen over de Machine kamer die in een deplorabele toestand verkeerd. Hij blijkt op de brug bezig te zijn ik vertel hem mijn bevindingen die ik in de Machinekamer gevonden heb.  

Nou Meester de spullen hier op de  brug zijn ook niet wat ik gewend ben niet genoeg kaarten en die er al zijn, zijn ook nog hele oude en de andere navigatie spullen zijn ditem zo. Ik zal contact met de bevrachter in Groningen opnemen, zo dat we ons de hoog nodige spullen aan kunnen schaffen om veilig te kunnen varen. Doet u wat u al vast kan doen met de spullen die u heb, en ik hoor wel van u wat u allemaal  wenselijk acht. En Meester wil u heden avond een kop koffie en een borrel met mij in de salon komen drinken, de Stuurman en zijn echtgenote komen ook dan kunnen we nader kennis maken.

Graag Kap dan zie ik u van avond wel zeg ik  van de brug af gaande op weg naar de Machinekamer Na anderhalf uur heb ik het meeste bekeken en ben ik tot de conclusie gekomen, dat er veel werk te doen is. Het is onderhand ketens tijd dus ga ik mij om kleden en dan naar de Mess om te eten. In de Mess is iedereen al aanwezig behalve de Kapt als hij ook gearriveerd is kan er op gediend worden.

Tonny onze kokkin is een leuk uitziende vrouw met lang zwart haar  met een leuke Brabantse tongval. Later vertelt zij me dat ze een kroeg in Etten-Leur heeft en dat ze zelf achter de tap staat maar dat ze zolang er geen andere Kok op de Henny-D is zij de honneurs wel  waar wil nemen  Haar zuster doet de kroeg zolang zij er niet is, en dat is in goede handen vertelt ze in haar heerlijk Brabants tong valletje. Het eten is uit de kunst en er heerst een gezellige sfeer voor dat ogenblik. De mannen zitten met een schuin oog naar de Kapt te kijken, die met mes en vork zit te eten. En ieder keer als hij een slokje water neemt met een servet [ waar hij dat servet vandaan heeft weet ik niet ] zijn lippen afdept, als of hij in een vier sterren restaurant zit te dineren. Mocht hij al in de gaten hebben dat we naar hem zitten te kijken dan laat hij dat niet blijken. Na het toetje staat hij op bedankt Tonny met zijn bekakte stem voor haar kook kunst, waardoor Tonny begint te giechelen maakt een buiging en verlaat de Mess.

Als hij vertrokken is word het even stil in de Mess, zo,n Kapt heb ik nog nooit meegemaakt zegt Harry dan, ik ben benieuwd hoe hij is om mee te werken.

Nou dat moet de toekomst uit maken zegt  onze Stuurman  hij is de Kapt en zijn wil is wet hoe dan ook. Ik moet toegeven ik heb zo iets ook nog nooit meegemaakt, maar wie weet hoe een goed zeeman hij is gezien al die onder scheidingen die hij zo te zien toch maar heeft. En die krijg je niet als je alleen een thee kransje kan leiden dacht ik zo. Dus mannen ik wil geen grappen over zijn manier van doen horen omdat wij dat ongewoon vinden. En nu een ander onderwerp graag.

Ja Stuur vraagt Andries kunnen we vanavond de wal op.

Jammer zegt Harry  ik kan helaas niet mee ik heb de boordwacht.

Nou als je wil kan je gaan neem ik hem wel van je over we gaan van avond toch op bezoek bij de Kapt.

Maar het water zakt hier een heel eind Meester je moet goed wat slek geven zegt Harry.

Het zal de eerste keer niet zijn Harry  ik ben ook matroos geweest dus ga jij maar lekker de wal op.

Als de Stuur en ik s,avonds in de salon komen zit de Kapt ons in zijn gemakkelijke stoel van de vorige eigenaar op te wachten.

Goede avond heren groet hij ons en begint  drie koppen koffie in te schenken en morst daar  behoorlijk bij. U moet mij dat maar niet kwalijk nemen heren zegt hij tegen ons, maar ik ben dat in zijn geheel niet gewend om koffie in te schenken. Op mijn vorige schepen had ik daar een bediende voor. U zult zich waarschijnlijk bij u zelf af vragen wat is dat toch voor een vreemde kerel. Maar ik heb altijd op de grote schepen gevaren en daar keek men ook altijd vreemd tegen mij op. Ik  ben het zwarte schaap van mijn Familie zoals men dat noemt. Er is geen een van mijn broers, neven, nichten of wie van mijn Familie dan ook die ooit op een schip gevaren heeft Ja om een reisje langs de Bahamas,s te maken en daar mee houd het dan ook op. Zij zitten in het bankwezen, de beurs, Diamant handel, en nog veel van deze zaken. Ik persoonlijk wilde op jonge leeftijd al gaan varen, Kapt op een schip zijn, maar het had heel veel voeten in de aarde voor ik op de Zeevaart school zat. Maar zoals u ziet is mij dat uiteindelijk toch gelukt, al heb ik veel goodwill bij mijn vader verspeeld hij is dan ook altijd boos op mij gebleven tot aan zijn dood toe. Ik was 1e stuurman toen de tweede wereld oorlog uit brak 38 jaar oud. Wij lagen toen in Kaapstad wij moesten  naar Londen voor verdere orders. Daar werd mij een schip toegewezen als gezagvoerder, en heb ik de gehele oorlog konvooien gevaren op Moermansk, Amerika, Afrika en nog veel meer. Ik ben twee keer door U Boten getorpedeerd geweest met mijn bemanning. Door vliegtuigen, gebombardeerd en beschoten vaak in slecht weer wat geen pretje was. En ik heb heel wat mensen zien sterven in een voor mij altijd zinloze oorlog. Men heeft mij daar voor onderscheiden zoals u ziet, om dat ik het geluk had dat gekken huis te overleven. Ik ben nu 58 jaar oud en wil de laatste 7 jaar als aflos Kapt, mijn pensioen halen. Alleen was het niet de bedoeling dat ik op een Coaster het bevel zou gaan voeren. Maar door een mis verstand kreeg ik dit schip toe gewezen, en aangezien ik nog nooit het bevel op een Coaster gevoerd heb. Dacht ik wel Maurice ik doe het dan heb ik dat ook in mijn loop baan mee gemaakt.

Dat zal dan wel wennen voor u zijn op zo,n klein schip, in vergelijking waar u altijd op gevaren heb Kap zegt de Stuur tegen hem.

De Kapt schenkt onderwijl onze borrel glaasjes weer vol, onder de goed keurende blikken van de Stuurman en mij. En wat mij op viel was dat hem dat veel beter afging dan een kop koffie in schenken, het ging nu tenminste zonder een druppel te morsen. Ach het zal mij nu ook wel weer lukken Stuurman denk u ook niet, en anders heb ik altijd u nog niet waar.

Na deze woorden zit onze Stuur de Kapt nadenkend aan te kijken als of hij denkt meen je dat nou echt.

We gaan zo gauw de 2e meester aan boord is met deze vracht vaten haring naar Rotterdam, die we in de Jobs haven moeten lossen zegt de Kapt.

Maar dat is voor ons natuurlijk geen nieuws meer dat wisten de Stuur en de rest van de bemanning al lang voor onze Kapt aan boord kwam. Onze lege glaasjes worden weer bij gevuld, en de Kapt vraagt  mij hoe het er in de Machine kamer bij staat dat gaat.

Wel Kap al moet ik nog veel controleren want zoals ik u al eerder zei is het  zwaar verwaarloost daar beneden.  De Stuur en zijn mannen gaan ons helpen met het op nieuw verven van de Machine kamer en daar ben ik hem natuurlijk zeer erkentelijk voor.  Maar voor  zo ver ik het kan over zien kunnen we nu varen al wil ik voor ons vertrek wel even proef draaien, dat doe ik namelijk altijd als ik voor het eerst aan boord van een ander schip komt te varen. Ik ga nu even naar de trossen kijken want zoals u weet heb ik de boordwacht, anders hangen we straks aan de kade te bungelen. Als ik van het trossen lossen terug komt worden onze glaasjes weer door de Kapt gevuld met dat heerlijke Schiedammer vocht. De Kapt was vrijgezel vertelde hij ons en woonde  in een groot huis dat hij en zijn zus van wijlen zijn moeder ge erft hadden. Daar woont hij nu met zijn zuster die het wel en wee in het huis bestierd Zijn moeder heeft geld aan hem en zijn zuster nagelaten, om dat kolossale huis te kunnen onder houden. Want het kost heel veel geld om dat huis goed te onderhouden zegt hij En met zijn gage zou hij er lang niet aan toekomen daar zouden we dik te kort aan komen. Terwijl we zo gezellig zitten te babbelen word er op de deur van de Salon geklopt.

En na het komt u binnen van de  Kapt stapt er een  man de Salon binnen die de tweede Meester blijkt te zijn. Na het voorstellen krijgt Anton zo blijkt de tweede te heten van Farben een borrel in geschonken terwijl hij ons en zich zelf wij ook niet vergeet. 

Later op de avond komt Tonny de vrouw van de Stuur  er ook nog gezellig bij zitten en zegt een pilsje graag als de Kapt vraagt wat zij drinken wil.

Het word  nog een heel gezellige avond, de Kapt blijkt een heel gezellige verteller te zijn naar mate de kleine Schiedammertjes zich op volgen, maar hij blijft een heer ondanks de vele  borrels die hij drinkt. De andere morgen is het varen geblazen Oostelijke koers of zo iets op naar Rotterdam.

Na mijn werk in de Machinekamer ga ik op de brug kijken de Kapt zit op een stoel door de ruit naar buiten  te staren. Morgen Kap hoe is het om zelf wacht te moeten lopen vraag ik hem 

Nou het zal op de duur wel wennen Meester, al is het natuurlijk wel vreemd dat er geen andere Officier op de brug aanwezig is, maar alleen ik en de roerganger. De Motor loopt naar behoren hoor ik Meester.

Ja zeker Kap tot nu toe wel en hopelijk blijft dat zo.

We zullen zien, we zullen wel zien Meester, zegt hij het is in elk geval prima weer en we maken tien mijlen het uur dus we zullen gauw in Rotterdam zijn. Heeft u een rijbewijs Meester vraagt hij plotseling van onderwerp veranderend.Ja zeker Kap B E en C wilt u er soms een hebben, heel leuk van u meester, heel leuk. Ik heb namelijk geen rijbewijs maar ik heb mij  een voertuig aan geschaft waar ik geen rijbewijs voor nodig heb, en ik ben er tot nu toe zeer tevreden mee.

Ik was nieuws gierig wat voor een voertuig hij bedoelde maar hij liet zich er verder niet over uit. Schip op de stuurboord boeg Kap waar schuwt Harry, die  wacht te roer heeft een vleetlogger die aan de vleet ligt zo te zien.

Vijf graden Zuidelijker Roerganger zegt Farben,  dan kunnen we er achter langs en daar na terug op de oude koers. Toen ik nog stuurman was Meester begint de Kapt te vertellen kwamen we van Zuid Amerika,  toen kwam ik voor het eerst een heel stel van die vissers schepen op mijn weg tegen en wist ik even niet wat te doen. Ik wilde voor de eerste vissers boot langs varen maar die begon als een razende op zijn fluit te blazen. Dus ben ik achter hem langs gevaren ben ik er net achterom begint de daarnaast liggende vissers boot te fluiten. Dus ik begrijp dat we er niet voorlangs kunnen varen, maar aangezien er zoveel van die schepen liggen. Kan ik niet anders doen  dan onze koers negentig graden naar stuur boord in dit geval te verleggen en de hele vloot op die koers uitvaren, om daar na de oude koers te hervatten  dat was even een warboel voor een jonge onervaren stuurman als ik toen was.  

s, Avonds verkennen we Hoek v Holland en na de loods aan boord genomen te hebben stomen we op naar Rotterdam de Jobs haven in. Als we afgemeerd liggen wil de Stuur met zijn mannen de ruimen open gaan gooien.

Zeg Stuur kan je daarmee even wachten  we moeten eerst de Carters van dek Motoren peilen, voor de bomen omhoog kunnen? vraag ik want daar hebben we helaas nog geen tijd voor gehad.

Dat is goed Meester we wachten wel  tot je klaar ben met open gooien.

Dus peilen we eerst de Carters van de beide dek Motoren en ons vermoeden blijkt juist te zijn er zit nog weinig olie in de Carters, en wat er nog in zit lijkt wel koolteer, dus de boel ververst en de zaak kan weer gestart worden door onze dekhengsten. Als de ruimen open liggen waar  Anton en ik, uiteraard een handje bij geholpen hebben drinken we met z,n allen nog even voor het te kooi gaan de wel bekende borrel of Pilsje. 

Er word om half acht gestart met  lossen Meester zegt de Stuurman. Oké Stuur heb je ons dan nodig voor het een of ander? Nee niet bepaalt ik ga om een uur of tien het achterdek soppen soppen dan heb ik pas water aan dek nodig.

Ik hoor het wel wanneer je met soppen begint Stuur dan kun je zoveel water als wil aan dek krijgen. 

Als ik s,morgen met een slaperige kop mijn ontbijtje met eieren en spek, naar binnen zit werken.

Vraagt Tonny onze Kokkin zeg  Meester zou je straks voor dat je naar beneden gaat even in de Kombuis willen komen ik wil je namelijk wat vragen.

Voor jou doe ik dat altijd  Tonny ik kom wel even langs,onder tussen stapt de Kapt de Mess binnen om zijn ochtend maal te nuttigen. Wat wil je eigenlijk weten meid vraag ik aan haar. 

O dat vertel ik je straks wel Meester en ze schiet de Kombuis in.

Morgen heren eet u smakelijk groet onze Kap de Mess binnen komend en hij gaat aan het hoofd eind van de tafel zitten. Waar Tonny voor hem gedekt heeft, een Bord, mes en vork, kop met schotel en een servet liggen voor de Gezagvoerder van de "Henny - D" gereed. Terwijl wij allen een stuk eenvoudiger toe moeten de Kapt zegt tegen de Stuurman dat hij zo gauw mogelijk nieuwe verf zal bestellen dan kan de boel eens een ander kleurtje krijgen. Want volgens de Kapt had de vorige Stuurman allen over gebleven kleuren verf bij elkaar gemengd. En daar mee de stukken die net geschilderd waren en dat waren er niet veel mee gedaan, maar welke kleur dat was moest je maar raden,  het zag er afschuwelijk uit vond hij. Hij zou ook voor de  spullen die ik voor de Machinekamer besteld had zorgen zegt hij.  Dan kan u ook de achterstallige dingen op orde brengen Meester. 

Onder tussen komt Tonny de Mess in en vraagt Kapt wat wil u eten en ze schenkt een kop koffie voor hem in. Graag een bordje Corn Flake,s mevrouw en daarna een gekookt eitje graag. Nou die man straalt een soort gezag uit dat wij zeker niet hebben, want Tonny is echt een schat hoor maar koffie voor ons inschenken! zelfs voor haar man is dat er mooi niet bij. Om half acht zegt de Stuur laten we gaan mannen en gaat met de dek ploeg het dek op.

Het is een grote drukte aan dek, van schreeuwende bootwerkers en piepende kranen die over de kade rijden. Als de Kapt gegeten heeft staat hij van zijn stoel op, wenst ons met zijn bekakte stem een goede dag toe, knikt met zijn hoofd een soort genadig knikje en verlaat de Mess.  

Als Aantoon naar de Machinekamer toe is ga ik naar Tonny in de Kombuis. 

Ja Meester ik moet je iets vragen en wat laten zien zegt ze als ik binnen kom. Aan gezien jij een Scheveninger ben zal jij het wel weten,en al pratend haalt zij een deksel van een emmer af die in een hoek van de Kombuis staat,en doet een stap op zij om mij in de emmer te laten kijken. De emmer is gevuld met haring die wij in Great Yarmouth geladen hebben die is natuurlijk door de dekploeg georganiseerd, daar om wilde Tonny natuurlijk niks zeggen waar de Kapt bij was. 

Hoe moet ik deze vissen klaar maken Meester koken of bakken?

Nou Ton deze haring is puur zout dat zijn zo genaamde steurharingen zo als wij dat op de Visserij zeggen. Ze zijn wel mooi vol, maar als je ze bakken wil zal je ze toch eerst in vers water moeten weken gedurende zes en dertig uur of langer en je moet het water om de twaalf uur verversen. Dus kunnen we ze over twee dagen gebakken eten je snijd de koppen en staarten er af de hom en kuit laat je zitten. Maak drie diepe sneden aan iedere kant van het visje,  bak ze dan rond en we zullen smullen. 

 Jammer Meester ik had gedacht dat ik ze van avond al kon bakken, dan wacht ik maar dat we weer ergens in een haven liggen. Want zo zout als nu zijn kan ik zelf beslissen wanneer ze in de week gaan ja toch?

Zeker weten Tonny we zullen als de Kapt aan boord terug is wel horen waar we naar toe gaan, Een reisje Middellandse zee zou me welkom zijn.

Ja dat zou ik ook wel willen dan kan  ik lekker in mijn vrije tijd gaan zonnen, want Toon houd wel van een bruin tintje.

Ik zie er al naar uit Tonny jij in je badpak Oei.

Nou Meester laat Toon het maar niet horen want hij is nog al jaloers uit gevallen.

Een geintje moet kunnen Tonny vind je ook niet? Was dat alles wat je van me weten wilde Tonny? Dan ga  ik ga de Machinekamer maar eens in om  Anton bij te staan met het vele werk wat we te doen hebben . s, Middags tegen koffie tijd komt onze Kapt van de wal terug en zegt dat we naar Hengelo toe gaan om likstenen [ dat zijn vierkante blokken zout met een gat in het midden,  die de boeren dan aan het hek ophangen en waar de koeien dan aan likken zo dat ze voldoende zout binnen krijgen wat ze nodig hebben]  te laden voor  Bornholm Denemarken. Dus geen reisje naar de Middellandse zee voorlopig, daar zouden we op een zeker moment wel heen gaan, maar dan het daar wel bloed heet zou zijn zo iets als in Augustus. We zouden via het IJsselmeer en de IJssel naar Hengelo toe stomen zegt de Kap tegen de Stuur. Wanner zijn we leeg Stuur?

De Boten baas denkt dat we over twee dagen leeg zijn Kap zegt de Stuur terwijl hij van zijn mok koffie zit te genieten. De Kapt drinkt zijn kopje koffie naar het idee van ons allen op een bekakte manier hij pakt zijn kopje met duim en wijsvinger beet en brengt het kopje naar zijn mond, doet zijn pink op een grappige manier omhoog neemt een klein slokjes, en zet het kopje dan op het schoteltje terug, en neemt dan een klein hapje van het daar op liggend koekje. Als de Kapt naar zijn salon vertrokken is zegt Tonny dat de man goede manieren heeft. En dat wij daarbij vergeleken ruige beren zijn maar als ze de Stuur en onze blikken  ziet haast ze zich te zeggen dat ze toch het liever toch met ruige beer van doen heeft. Twee dagen later stomen we de Waterweg  af op weg naar Hengelo. We hebben in die twee dagen ook de dek motoren, het anker spil, en de broodwagen [stuur machine voor het roer] op het achter schip na gekeken en in de shit gezet. Het is een rustig zee, dus liggen we al gauw bij de sluis van Kornwerderzand.Dan gaan we via de sluis het IJsselmeer op, en varen naar  de monding van de IJssel en via de IJssel even voor Zutphen het Twente kanaal op naar Hengelo. Als we  Hengelo aan komen zegt de boten baas dat we vier dagen moeten wachten voor dat we geladen kunnen worden.

Er zijn nog twee schepen voor jullie mensen en dat heeft nou eenmaal zijn tijd nodig. De Kapt gaat voor drie dagen naar huis aangezien hij betrekkelijk dicht bij woont. Daar ik thuis niks te zoeken heb blijf ik lekker aan boord. Harry en Andries gaan ook naar huis op huis aan. En Tonny gaat naar Brabant naar haar Café om te zien hoe de zaak daar reilt en zeilt onder de hoede van haar zuster. Dus blijven de Stuur, Aanton, Jan en ik over om het werk aan boord te doen wat op een Coaster heel normaal is. Aangezien ik wel aardig koken kan zal ik dat van Tonny er bij over nemen.

Dan kan je gelijk de harinkjes doen Meester zegt ze, alleen zal je wel te veel hebben aan die emmer met haring.

Ik bak ze allemaal wel Tonny en geef de rest aan de bootwerkers dan hebben die ook een vette bek.  

Hoofdstuk 2. 

s Avonds gaan de Stuur, de tweede en ik de wal op, om een pilsje te pakken.  Het is daar erg gezellig in Café de "Zoute Hut" een heel toepasselijke naam voor zo,n zoute plaats als Hengelo. We hebben menig pilsje gedronken in die vier dagen. De vierde dag zit ik lekker op het dek met de Stuur in het zonnetje, even van het werk uit te rusten, als we een pruttelend geluid van een klein Motortje horen We kijken naar de kade en zien een soort Cockpit op wielen de kade op komen rijden. Het geval stopt met piepende remmen langs het schip na even daar gestaan te hebben gaat de boven kant van het geval naar op zij open en stapt onze “Kapt Farben,” uit dat vreemde voertuig Het is dat hij geen sjaaltje om zijn nek heeft anders zou je denken dat een Piloot van de RAF uit zijn Spitfire klom. Hij wenkt ons om naar hem toe te komen en vol trots zegt hij.

Hoe vind u mijn Gogmobiel Meester hij haalt dik vijftig KM en geen rijbewijs nodig.

Erg mooi Kap zeggen we. Er kunnen twee personen in het beestje maar dan moet je wel achter elkaar zitten. En  alles in dit vervoermiddel ziet er erg krap uit, het stuur werkt op de wielen als een kantel effect, draai je naar rechts dan kantelden de voorwielen naar rechts en naar links idem, ditem zo. 

Wil u samen met de Stuur een ritje maken, of gaat u met mij mee vraagt de Kapt aan mij. 

Ik zie het nou niet zo zitten om in dit vervoermiddel te kruipen, maar na enige aarzeling stap ik toch maar  in. Het zit inderdaad erg krap als ik op het kleine stoeltje zit, stapt ook onze Kapt voor mij in zijn goggem zoals hij hem noemt en sluit de kap van plastic glas start het motortje en rijdt weg. Al spoedig rijden we op de dijk die langs de IJssel loopt aangezien we laag op de weg zitten lijkt het of we honderd KM per uur rijden. En we rijden vlak langs de kant van het dijkweggetje waar aan de Rechter kant de IJssel in de zon ligt te glinsteren. Ik verwacht dat we ieder ogenblik in de IJssel zullen belanden. En ben blij als we bij een afrit van een boerderij aan komen waar de Kapt in rijdt om de Gogmobiel te draaien en dan terug naar de kade te rijden waar we aan afgemeerd liggen. Ik vind dat hij beter met een schip kan varen dan met zo,n gogmobiel rijden. Na het Gogmobiel avontuur gaan we aan boord waar Jan de koffie bruin heeft. Blijft u mee eten  Kapt kaap vraag ik, dan kan ik er nog wat piepers er bij schillen.

Graag meester want wat mijn zuster voor mij kookt lijkt nergens op al hoe wel ik weet natuurlijk ook niets van uw kookkunst af, maar het moet wel heel slecht zijn om dat van mijn zuster te over treffen.

Nou Kap de Meester kookt een prima potje zeggen de mannen , des te beter zo dan eet ik van avond tenminste lekker. En gaan we morgen laden Stuurman vraagt de Kapt aan de Stuur.

Ja Kap vandaag komen ze klaar met die Coaster de Ventura  die onder de kraan ligt, en wij zijn dan morgen aan de beurt.

Komt u vrouw morgen ook terug dat is wel de bedoeling Kap zegt de Stuurman.

Ja ik ben morgen ook weer terug aan boord, van avond mijn Goggem terug brengen en mijn zuster gedag zeggen en dan terug naar mijn schip. Wat eten we van avond Meester.

Gekookte aardappelen andijvie, en gebakken schol Kap met een puddinkje toe.

Dat klinkt veelbelovend Meester vooral die gebakken schol zal wel smaken gebakken vis vind ik heerlijk. Als we gegeten hebben en koffie gedronken met een Tompoes die ik s, middags bij de bakker gekocht had, vertrekt de Kapt in zijn Goggem naar huis en gaan  Anton, Jan en ik na de afwas gedaan te hebben, en de ruimen te hebben open gegooid dan hoeft dat de andere morgen niet te gebeuren, een pilsje drinken in de "Zoute Hut." De kastelein is een aardige vent die af en toe ook wel eens een rondje van de zaak geeft wat je zelfs in die tijd al weinig mee maakte.

Het stadje stelt weinig voor mannen niet veel te beleven zegt hij, al is het over de hele wereld beroemd door zijn zout export.

Na een biljartje en nog wat pilsjes gaan we naar boord terug. En drinken met de Stuur samen die de boordwacht voor Andries heeft gedaan in ruil voor een paar flessen Carlsberg nog wat Pilsjes..Ik zal blij zijn als Tonny er morgen weer is mannen zegt de Stuur.

Anders ik wel Stuur zeg ik, ben ik tenminste van dat kokkerellen af.

Maar het was toch lekker Meester vooral de gebakken schollen waren heerlijk heb je zeker op de visserij geleerd. En wanneer gaan we makrelen roken zoals je de laatste keer zei meester, ja dan moet ik eerst een olie vat uitbranden het juiste hout op de kop tikken en niet te vergeten de makrelen te pakken te krijgen. We zullen een visserschip moeten paaien, maar  het is niet gezegd dat die dan makrelen aan boord heeft. Maar als we buiten zijn roep ik mijn broer via onze zender op en vraag of hij makreel aan boord heeft en  hij op onze route vist. Mag dat niet zo zijn dan hoort een ander ons gesprek misschien en kan die ons aan makrelen helpen.  We zullen het aan de Kapt vragen zegt de stuurman dan.

En denk er om mannen zeg ik, niet tegen Tonny zeggen dat ik die zoute haring in de kukelton gedumpt heb He en daarna een lekker maaltje bakschol hier in Hengelo heb gekocht.

Nou we zullen hopen dat niemand zich verspreekt zegt de Stuurman.

Och we zijn maar met vier die er van gegeten hebben zegt Jan.

Nee met vijf  want de Kapt heeft ook meegegeten zeg ik dus die moeten we morgen ook inlichten maar dat kan eigenlijk niet want de weet hij gelijk dat de jongens haring geklauwd hebben dus laten we maar hopen dat het goed afloopt. Maar het was lekkerder dan die zoute haring geweest zou zijn en Tonny hoefde ze zelf niet te eten nee toch.

Och ze bedoeld het goed zegt de Stuur dan.

Uiteraard zeg ik.

De andere dag is het laden geblazen en mondjes maat komen de overige bemanning leden weer aan boord druppelen. Ik heb het eten voor Tonny alvast  klaar gezet dan hoeft ze het alleen nog maar te koken. En verder hebben we nog een hoop werk in de Machine kamer te doen. De Stuur en Jan hebben al een hele boel in de Machinekamer geverfd en het begint er een stuk fatsoenlijker uit te zien. De dekplaten worden  door Anton en mij onderhanden genomen en we zijn erg content met het resultaat daar van. Op de vierde laad dag zijn we s,avonds om acht uur klaar nadat de laadploeg  overgewerkt heeft. En de andere  morgen om half acht komt de Loods aan boord en is varen geblazen. En wat gaat een goed  zeeman dan doen? Juist hij gaat voor zijn laatste dag de wal op om een pilsje te drinken  Dus na het eten gaat iedereen de Kapt incluis op de boordwacht na de wal op naar "de Zoute Hut". Met zo.n naam moet je wel dorst krijgen dus word er flink getankt. Op een zeker moment begint Harry op het plaatje Kantinka die de kastelein heeft opgezet, een zogenaamde Russische dans doen en wij allemaal mee klappen. En ondanks het vele bier of misschien wel dank zij dat gaat het hem steeds beter af. Steeds wilder en wilder gaat het op zijn hurken en knieën draaiend en  dansend in het rond. Onze koppen worden steeds roder tot dat Harry om lazert maar dat vind hij nog niet genoeg.

Ik ga een Russische dronk op jullie allemaal uitbrengen lalt hij.

Hier jongen zegt de Kapt en duwt hem een glas bier in de hand  hij schijnt de act van Harry ook wel vermakelijk te vinden en je kan niet merken of dat door de vele borrels komt die hij al op heeft.

Kom op Harry zegt Andries en helpt hem via een stoel het tafeltje op waar hij zijn Act wil op voeren. Dan gaat hij op de rand van het tafeltje staan dat door De Kap en Andries in evenwicht gehouden word. Zet het glas bier aan zijn lippen en begint achteroverhangend het glas leeg te drinken. Hij gaat mijn,s in ziens wel erg ver achter over hangen maar zonder te vallen drinkt hij het glas tot op de bodem leeg en terwijl wij allemaal brullen komt hij weer omhoog de tafel op.

Kom op mannen brult de Stuur en tilt Harry met Andries op de schouder en dragen hem  triomfantelijk door  het Café ,terwijl wij er allemaal achter aan hossend amprosie, amprosie zingen. We liggen Harry die niet meer op zijn benen kan staan op het biljard om hem bij te laten komen waar op hij prompt in slaap valt.

De stoelen dans mannen brult  de Kap die de leiding van Harry over neemt. Hij zet zijn pet achterstevoren  pakt een stoel gaat er op zitten met de leuning naar voren. En roept allemaal op een stoel heren en doe mij maar na!

Na wat heen en weer geschreeuw zitten we allemaal op de zelfde manier op onze stoelen als de Kapt, terwijl de kastelein bedenkelijk  naar onze verrichtingen staat te kijken.

Voor uit met de geit heren roept de Kap en begint met zijn stoel rond het biljard te hoppen, waar Harry nog steeds op ligt en begint luidkeels te zingen terwijl wij hem hoppend volgen.

Ahoi, ahoi, brult hij dat was een mooie show, ahoi, ahoi dat deed die kerel mooi, ahoi, ahoi  ahoiii, ahoiiii, en al hippend zingt hij steeds het zelfde couplet.  Het is een toffe boel in de “Zoute Hut,” er word flink wat bier door onze kelen gespoeld. Maar aan alles komt een eind op zeker moment roept de Kastelein.

Dat het de laatste ronde heren luid aan de bel trekkend die boven de Bar hangt. Waacht uu eeven Meneerr de Kasstelein zegt de Kap, ik wiill mijnn maannen evenn toe sprekenn alss u ddat ggoeed viinnd. Hij rolt Harry op zij die zich al die tijd nog niet bewogen heeft en klimt al waggelend geholpen door Andries via een stoel op het biljard. En daar staat hij dan Kapt Farben, zijn gehele loop baan van Stuurmans leerling tot Kapt op de GROTE HANDELS VAART  en nu "Gezagvoerder" op een Coastertje van vijfhonderd ton zoals hij  zelf zegt. Zijn pet achter voor op zijn hoofd zijn das scheef om zijn nek. Ja, ja, drank leid tot decorum verlies dat kun je ook aan onze Kapt zien, die toch Kapt en tevens ook nog van adel is.

Hee, heeeren spreekt hij met dubbele tong, ik heb inn heeel mijn loopbaan toch een hele boel gemist realiseer ik mij nu. Ik heb nog nooit zoo,n leuke bemanning geehaad als nu. En alss dank nodig iik julliee uuit omm op ons llandhuis in Gelderland oop beezoek bij mij en mijn zzusster Aamaliaa tee koomen. Kuunenn juulie oook eens van haaar smeerige eten genieten waat iik zoo vaak mooet doen, Bij dezee heren mijn dank. En hij klimt geholpen door de Stuurman het biljard af en begint we gaan nog niet naar huis te zingen.  We nemen de laatste goudgele tap en na nog een laatste keer amprosie amprosie  te hebben gezongen gaan  we met   Harry tussen ons in die lalt dat hij een proost wil uitbrengen op de kooi aan.Om half zeven word ik door Jan onze o/g gepord.  

Het is tijd Meester zegt hij aan mijn schouder schuddend.

Bedankt Jan ik kom er aan zeg ik en  sla mijn benen over de rand van mijn kooi,  oei wat proef ik een vieze smaak in mijn mond of ik stinkend vlees gegeten heb. En een punthoofd ontbreekt daar ook niet bij, maar s,avonds een vent s,morgens idem ditem zo denk ik als ik mijn hoofd onder de koude straal in de fontein houd mij aan kleed en naar Mess ga, waar een groot deel van onze bemanning zit te eten en hun koffie te drinken. Na eerst een bak koffie voor me te hebben ingeschonken vraag ik. En Harry hoe voelen wij ons vandaag.

Dat gaat wel Meester de kop pijn  zakt straks van zelf weer.

Nou Har ik vond je proost gisteravond erg goed als ik dat zou doen viel ik zeker weten op mijn achterhoofd.

Och Meester het lukte mij ook niet in een keer hoor en als je drank op heb gaat het stukken beter dat is mijn ondervinding.

Goede morgen heren groet de Kapt de Mess binnen komend ik hoop dat u allen goed geslapen heb.

Nou Kap na al die sloten bier valt dat toch altijd tegen zeg ik tegen hem.  En u ziet er ook niet zo uitgeslapen uit zo te zien als ik dat zeggen mag.

Wel Meester mijn maag is inderdaad wat van streek maar voor wij buiten zijn zal ook dat leed wel geleden zijn.

Om kwart voor acht komt de loods aan boord en even later stomen we de IJssel op. Het gaat voorspoedig tot we aan de monding van de IJssel komen  waar een brug ligt waar van het licht ondanks het fluiten van de Kapt op rood blijft staan. Daar we van af de brug weinig leven bespeurden,  besluit de Kapt aan de voor de brug liggende steiger af te meren om pools hoogte te gaan nemen waarom de brug niet open gaat als hij bij de brug  komt ziet hij de brugwachter aan komen fietsen.

De Brug kan niet open om dat de Elektromotor stuk is Kapitein en hij kan morgen pas gerepareerd worden.

Mooie boel is dat meneer zo lang wil ik als het even kan niet wachten tijd is geld niet waar.  De Kap kijkt hoe hoog de doorvaart van de brug is en hoe hoog de waterstand hm dat moet lukken zegt hij tegen de Brugwachter. Als hij aan boord terug komt zegt hij tegen de Stuurman.

We liggen te hoog om  onder de brug door te kunnen Stuurman dus afbreken dat Stuurhuis en Meester pomp de piek en achter ballast tank vol. Want we hebben dan net genoeg water onder de kiel om niet onder de brug vast te lopen. 

En dat voor een Kapt die voor het eerst zo,n situatie op een Coaster mee maakt.  Dus gaat de Stuur met zijn mannen de brug af breken wat overigens geen heksentoer voor hun is. En wij pompen de  voor en achter tank vol wat met de voorpiek tank, eigenlijk te lang  naar mijn zin duurt. Als alles gedaan is wat gedaan moet worden gooien we los en gaan rustig varend onder de brug door. We houden niet veel over maar niet veel is ook genoeg. Als we het IJsselmeer op stomen op weg naar de sluizen van Kornwerderzand, om zo naar buiten te gaan. Word het stuurhuis weer opgezet en moeten de voor en achter piek weer leeg. Dus de pompen aangezet maar alles wat er gebeurt de voorpiek wil niet leeg.  We beginnen  door de volle piek  voor over te liggen en aan gezien we zo,n wind vier op de kop hebben beginnen we behoorlijk te slingeren om dat de kont om hoog komt en we steeds minder roer krijgen. De Kap gaat langzamer varen en vraagt.

Wat is er denk u aan de hand met de voorpiek Meester  want we  kunnen zo  niet naar buiten straks.

Kunnen we zo dadelijk voor anker gaan Kap dan kunnen we de zaak beter bekijken. Goed Meester  we gaan zo voor anker onder de hoge wal daar.

Dank u Kap dat werkt wat gemakkelijker. 

Ik ga met Anton naar de bak en draai de buiten klep van de Piektank open dan kan hij alvast voor de helft leeg lopen en kunnen we er zo dadelijk beter bij. We gaan  het vooronder in en beginnen de moeren van het Mangat deksel los te draaien. Als het deksel los is zien we dat   De tank nog half met water zit.

Geef me de dekwas slang even aan Twee vraag ik aan Aantoon en laat hem  in de Piektank zakken.

In plaats van water aan dek  hebben we de slang op het aan zuig gedeelte van de pomp aangesloten. Zo kunnen we via de dek wasslang de tank leeg pompen. Als de tank leeg is kunnen we  weer varen en  ga ik  de nu haast  lege piektank in waar zich allerlei rot zooi in bevind.  In de aanzuigbuis zit een poets lap helemaal vast in de buis gezogen dus de oorzaak hebben we gevonden, weer een bewijs van slecht onder houd tot nu toe Na de tank schoon gemaakt te hebben word hij weer door de Tweede dicht gedraaid.

Er lag een heleboel rommel in die tank Kapt vooral lappen hoe die er in komen mag Joost weten maar er zat er een helemaal in de aanzuigbuis getrokken. We zullen de andere Tanks zo snel mogelijk nakijken want dat kan je niet hebben als je ze nodig heb.  Want wie weet wat we dan nog  tegen  komen.

Doe je best Meester dan komt dat hopelijk ook  goed zegt de Kapt. 

Daar ik wacht te kooi heb besluit ik eerst maar eens een bak koffie te gaan drinken het is lekker rustig in de Mess dus drink ik op mijn gemak mijn koffie met twee sneetjes brood. En aangezien er niemand in die tijd verschijnt om een praatje te maken zoek ik mijn kooi maar op. Ik word wakker om dat ik de motor niet meer hoor draaien en er is ook geen licht. Aangezien het windkracht vijf  is en we dwars zijn gaan  liggen slingeren we behoorlijk Ik schiet mijn kooi uit en in de kleren als ik daar mee bezig ben gaat het licht weer branden Anton heeft de Accu,s in geschakeld. Als ik in de Machinekamer kom is Anton bezig om het euvel op te sporen. Wat niet mee valt met dat slingeren van het schip.

Hij viel na de hik gekregen te hebben in eens stop Meester.

Vreemde zaak Anton wat was je precies aan het doen voor de boel stil viel vraag ik aan hem. Nou aangezien  stuurboord tank twee leeg was heb ik bakboord tank drie aangesloten en de dag tank volgepompt, en vlak daarna lag de motor het loodje.

Dan moet er met tank drie iets aan de hand zijn  zeg ik tegen Anton terwijl wij staan te praten zie ik een paar slippers met een paar witte benen de machinekamer trap af komen. Daar boven verschijnt een hel rode kamerjas met goud gestikte motieven. En toen het hoofd van onze Kapt met zin grijze haar in de war en zijn bril scheef op zijn neus.

Meester wat is er aan de hand vraagt hij. Dat moet ik nog uitzoeken Kap.

Als het maar vlug is want we verleieren naar de banken en of het anker hier in die zandgrond houd weet ik zo net nog niet.

We doen ons best Kap zeg ik tegen hem als hij weer naar boven gaat. Even later heb ik de oorzaak van alle ellende gevonden we hebben komen water door de gas olie van tank drie. Dus hebben we op BB tank vier overgeschakeld en alle olie leidingen los gemaakt om de met olie en water gevulde leidingen leeg te persen Als we daar mee bezig zijn horen we het anker ratelend uit het kluisgat vallen en draaiden we met de kop in de wind. We liggen gelijk rustiger het anker houd het gelukkig en nu kunnen we rustiger werken. Na de dagtank in de bilgen geleegd te hebben vullen we hem weer met gas olie uit tank vier. En  na de leidingen te hebben gevuld met schone diesel en ontlucht. Fluit ik naar de brug en zeg dat we een poging gaan wagen om de zaak te starten.

Ik wens u en ons veel geluk Meester want we liggen hier nou niet bepaald gunstig de branding is niet ver weg.

Ik start de motor die na wat gestotter aanslaat en gelukkig blijft doordraaien. We horen dat het anker gehieuwd word en de motor krijgt vol vermogen vooruit.

Hoofdstuk 3.

 De volgende morgen varen we door het Kielerkanaal op weg naar Bornholm. Als we de Oostzee in varen is het blak geil het water lijkt wel olie maar je schiet zo wel lekker op, ik ga maar eens naar boven om een luchtje te scheppen en om een praatje met de Stuurman en Harry te gaan maken. Uit het raam van de brug hangend en  naar het gladde zee,tje  kijkend dat dof als olie glanst, zie ik drie grote brekers van zo,n vijf meter hoog uit het niets op bakboord boeg op ons af komen rollen.

 Kijk Stuur zeg ik en wijst naar Stuurboord boeg waar de drie brekers op ons af  komen.

Hard Stuurboord schreeuwt de Stuur tegen Harry die het roer snel naar Stuurboord uitdraait. We zijn nog maar net begonnen met onze draai naar Stuurboord als de eerste breker ons bereikt. We  worden op getild  en daar we dwars op de eerste breker liggen worden we van Bak naar Stuurboord gesmeten, als de tweede breker ons bereikt liggen we al haast met de kop  in de Tweede golf en de laatste kan geen kwaad meer doen. Ik hoor bestek rinkelen, het  breken van borden en allerlei andere  geluiden van schuivende en vallende voorwerpen.

Wat is er aan de hand heren vraagt de Kapt de brug op komend  kunt u mij  vertellen wat er aan de hand is.

Er kwamen plotseling drie brekers van zo,n vijf meter hoog uit het niets van Stuurboord op doemen Kap zegt de Stuur  en de gevolgen heeft u gehoord en nu nog kijken wat voor schade we opgelopen hebben.

Ik denk zegt de Kapt dat het een zee beving was  en dat we van geluk mogen spreken dat zoiets niet met een zware zee gebeurd is want dan kan het lelijker  met je schip aflopen.  

Gelukkig valt de schade mee, in de Kombuis is het eten van het fornuis geslingerd en borden, schalen en kommen zijn gebroken.

Dus krijgen we heden avond brood te eten zegt Tonny die haar hand bezeerd heeft om dat ze de pan met soep wilde redden  wat haar niet gelukt is.

 Voor de rest valt het wel mee wat de schade betreft, alleen is er  een vat smeerolie door de achterreling  geslagen en voor het gemak is ook de scheepsladder maar mee gegaan  die daar  vast gesjord was, als  we in Bornholm aan komen is het nog steeds lekker weer. Bij een heerlijk zonnetje meren we af bij de enige kraan  die op de loswal staat.

U kan de Motor stoppen Meester zegt de Kapt  en hij verlaat de brug.

De dekploeg begint de zaak los klaar te maken, en om dat de dekmotor van het achter ruim niet wil starten ben ik daar bezig om hem weer aan de praat te krijgen. Ik zie onze Stuur op de likstenen van het reeds geopende ruim  stappen de biems als een gewichtheffer beet pakken optillen en in het gangboord gooien.

Nou Stuur we blijven toch wel vrienden He? roep ik naar hem dat is een staaltje kracht wat hij ons daar laat zien. Ondertussen heb ik de dekmotor van het achter ruim weer aan de praat gekregen als en kunnen de Stuur en zijn mannen de rest van de biems er met de winch en de boom uit draaien. Als wij in de Mess komen om te eten vertelt Harry aan Tonny hoe sterk haar man wel is om zomaar in zijn eentje zo'n zware biems uit zijn zetting te trekken.  Wij dachten dat Tonny trots zou reageren maar niets is minder waar, furieus begint ze tegen  haar man te schreeuwen hoe hij zo iets stoms in zijn stomme kop durfde halen, en als hij het lef heeft het weer te doen dan zou  hij er van lusten. 

De Stuur haalt zijn schouders op  neemt een slok van zijn koffie en zegt het viel best mee Ton die dingen zijn niet zo zwaar als je wel denkt.

Als je het in het vervolg maar laat mannetje zegt Tonny met vuurspuwende ogen naar haar Man kijkend.

Een hele goede avond Dame en mijne heren wenst onze Kapt en gaat aan het hoofd van de tafel zitten. Dat was een sterk staaltje van u Stuurman zegt hij tegen de Stuur, naar mijn weten heb ik dat nog nooit iemand zien doen, maar met de winch en boom een biems ophalen lijkt mij toch beter voor uw rug. 

Over  alles en nog wat met zijn allen keuvelend komt Tonny de Mess binnen en zegt Meester de Haven meester vraagt of hij je even spreken kan als je klaar bent met eten hij is in zijn woning zegt hij.

Dus na het eten ga ik op weg naar de Havenmeester, hij woont in een leuk huis aan het eind van de kade waar we afgemeerd liggen. Ik loop langs de kant van het huis naar wat de voordeur moet zijn. Links van mij is een groen hek dat een klein privé haventje markeert. Een sloep strak in een licht bruine botenlak zo,n zeven meter lang met een inbouw motor, een mast met een gaffeltuig netjes opgebonden en een huif op van lichtblauw zeildoek op het voorschip, ligt licht deinend aan zijn anker te trekken. Ik belt aan en ga in afwachting van de komst van de havenmeester over het  hek hangen. Achter het haventje kijk je op de Oostzee in de verte stoomt een Tanker en dicht onder de kust liggen een paar vissersbootjes, net zulk soort sloepen als die in het haventje ligt, waar men druk op het tossen is.  Dat doen  ze met een korte lijn met aan de onderkant een staal bendel met een haak en soms aasvis, maar ook word er wel met de blote haak gevist dat ligt er aan hoe graag de tos bijt. De vissers zitten in de boot  laten de haak in het water zakken en halen de lijn met schokkende bewegingen op en neer. De Tos bijt toe als je geluk heb en de vis word dan in het bun van de boot gekiept,  zo vissen ze door tot het bun vol is of dat het tijd is om naar huis te gaan.

Hallo hoor ik een stem naast mij zeggen jij bent zeker de man die de motor van onze boot komt nakijken.

Naast mij staat een een vrouw met lang blond haar, die mij een hand geeft en zich voorstelt als de vrouw van de Havenmeester. Zullen we dan maar naar binnen gaan vraagt ze en wijst op een hek dat naast het huis staat,  en gaat mij voor door het hek en sluit het weer achter zich. In zijn tuin achter het huis zit de Havenmeester van een biertje te genieten.

De Meester van de Anne Bjorn zegt de vrouw tegen hem, wilt u ook wat drinken Meester vraagt de vrouw.

Een biertje graag Mevrouw, even later komt ze terug en zet ze een flesje bier met een glas  voor me neer. 

Ik neem een slok en zegt zo Meneer dat zal er wel in gaan proost.

Zou u naar de Motor van mijn Sloep willen kijken Meneer? vraagt de Havenmeester, want hij slaat regelmatig af en dat is wel erg lastig . 

Morgen ochtend kan ik wel even bij u langs komen Meneer om uw motor weer als een naaimachientje te laten lopen. Het is een mooi scheepje meneer zeg ik daar zou ik nu ik graag eens een zeiltochtje mee willen maken.

Wat let je Meester hij is morgen van jou als je dat wil. Nou heel graag meneer als dat zou kunnen dan zal ik zien of ik er nog wat bemanning bij krijg, al kan ik hem ook alleen zeilen dat is geen probleem. Als ik mijn pilsje opgedronken heb groet ik de havenmeester en zijn vrouw.Aan boord gekomen ga ik eerst maar eens naar de Ouwe op zoek om een vrije dag voor de andere dag aan hem  te vragen om te gaan zeilen. Ik klopt op de deur van de salon en stapt naar binnen  waar onze Kap in zijn oude leren stoel een boek zit te lezen.

Goede avond Meneer ik ben niet nieuwsgierig maar wat wilde de Havenmeester van u.        Hij vroeg mij of ik morgen de motor van zijn sloep wil nakijken Kap omdat die onregelmatig loopt en regelmatig afslaat. Daarom wil ik voor morgen  een vrije dag aan u vragen dan kan ik als dat motortje is nagekeken, met de Stuur of wie dan ook mee wil een eind gaan zeilen. 

Wel Meneer mijn zegen heeft u ik zou zeggen neem u maar een dag vrij en veel plezier toegewenst.  Hij knikt mij genadig toe en neemt het boek waar in hij zit te lezen weer op ten teken dat hij het gesprek als geëindigd beschouwd. Zoals hij daar zit in die oude leren stoel zijn hoofd met  grijs haar en zijn gouden bril met de neusbeugel licht gebogen, het boek in zijn lange slanke bleke met bloedaders doorlopen handen dan  zou je haast een lichte buiging voor hem maken. Ik ga regelrecht naar de Mess voor een bak koffie en een praatje in de Mess zitten de Stuur met Tonny en Jan die boordwacht heeft de rest is de wal op. Tonny vraagt direct als ik van mijn koffie zit te genieten wat de Havenmeester van mij wilde. Dus vertel ik haar het hele verhaal en vraagt of zij en de Stuur morgen zin hebben in een zeiltochtje als ik het motortje van de sloep van de Havenmeester heb gerepareerd,  nou daar hebben ze wel zin in.

Dan neem ik wat te eten en drinken mee als we onderweg ergens aanleggen zegt Tonny met glinsterende ogen.

De andere morgen sta ik  vroeg  op, scheer en was mij en  ga dan naar de Mess om een ontbijtje met koffie te nuttigen. Daarna Duik ik de Machinekamer in om het benodigde gereedschap voor het motortje van de sloep van de havenmeester bij elkaar te scharrelen. Als ik bij het haventje aan kom ligt de sloep al aan het daar aanwezige steigertje aan zijn meer touwen te trekken. De Havenmeester zit achter in de boot op de doft van het vroege zonnetje te genieten. Als hij me ziet staat hij op en vraagt eerst koffie Meester.

Ja lekker zeg ik tegen hem hij loopt voor mij uit het huis binnen  regelrecht naar de keuken toe. Waar de tafel gedekt is voor het ontbijt, goede morgen Meneer begroet zijn me en schenkt voor mij en haar man een kop koffie in, wil u melk en suiker Meneer.

Alleen melk mevrouw zeg ik en pakt zo,n heerlijk hard broodje uit de op de tafel staande schaal en besmeer die met honing hm heerlijk vind ik dat, het kan er nog wel bij na mijn ontbijt aan boord vind ik. Ik zit zo lekker van mijn broodje met honing en mijn koffie te genieten, neem er gerust nog maar een hoor meneer zegt de vrouw. Een  dan nog mevrouw ze zijn ook zo lekker die harde broodjes voor al met Honing en graag nog een kop koffie als dat kan.  Als we klaar zijn met ontbijten en koffie drinken ga  ik naar de boot om de klus met de motor te klaren. Ik spring aan boord en haal de om kisting van de motor weg zodat ik er beter bij kan.  Start de motor en inderdaad hij loopt erg onregelmatig maar dat is een fluitje van een cent. Na een half uurtje loopt hij als een zijtje en kan de bekisting weer op zijn plaats gezet worden. Terwijl ik daar mee bezig ben komen de Stuur  en Tonny met een grote tas met proviand bij zich over de kade aan gelopen.

We zullen vanmiddag een baai op zoeken als het etenstijd is Meester zegt de Stuur. Hij pakt de flesjes bier en zet ze in het visbun van het scheepje dan blijven ze lekker koel.

Als ik het grootzeil hijst trekt de Stuur de fok op en belegt de fokkenval om de daar voor bestemde kikker. We gooien de boot los en varen halve wind het haventje uit terwijl ik als de Stuurman aan het roer zit. Buiten het haventje gekomen ga ik aan de wind varen tot aan hoog toe. Onder tussen komt de Stuur weer naar achteren gelopen en gaat naast Tonny  zitten terwijl ik op de wind en als hulp op het vaantje let. Het zonnetje is in die tijd ook feller gaan schijnen en geeft ons drieën een heerlijk warm gevoel. De Stuur en Tonny zitten net als ik van het sissende geluid te genieten wat de boot maak als hij met zijn boeg door het water snijd. Na een uurtje en veel keer over stag te zijn gegaan, doemt op bakboord boeg een groot schip op.

De Ferry de Lars Carlsen zegt de Stuur terwijl hij door de verrekijker kijkt. De Lars Carlsen komt snel nader en word groter en groter, ik zie op zeker moment dat hij voor ons over gaat lopen en draait de sloep in de wind.  Zodat we stil komen te liggen de zeilen killen met een zacht roffelend geluid terwijl de sluitingen over de overlopen glijden. En zo wachtten we dat de Carlsen voor ons over gaat, op de dekken staan wat passagiers naar ons te kijken, terwijl we zachtjes naar bakboord verleieren. Op de buitenbrug van de Ferry staat een Officier in vol ornaat met een verrekijker naar ons te kijken. 

Tonny zwaait met beide armen naar hem maar hij geeft geen teken van leven naar haar. Als de Ferry voor ons over is stuur ik de sloep  naar stuurboord aan de wind en laat hem een ietsje halve wind afvallen, zodat we met de kop in de boeg golf van de Ferry  zullen duiken en we niet dwars vallen zo dat alles door de sloep zal gaan rollen. Even later worden we door de boeg golven op getild en bijt de kop van de sloep zich er sissend in. Na zo'n anderhalf uur regelmatig overstag te zijn gegaan,  wijst de Stuur  een soort kom met duinen over stuurboord boeg aan en zegt dat we daar maar eens moeten gaan kijken. Ik laat de boot halve wind over stuurboord afvallen en stuurt de boot op het te bezeilen punt af. We naderden de kust die steeds duidelijker word als we in de luwte van de duinen liggen gooit de Stuur  het anker uit. De zon schijnt al zo intens dat het heerlijk warm is in de kom waar we voor anker liggen en het is doodstil en geen mens te bekennen. Ik loop naar  het voorschip  er liggen mooie gladde lanen van mahoniehout op de bodem van de sloep die glimmen als een spiegel. Terwijl ik die mahonie houten lanen staat te bewonderen laat de Stuur  de boot verder naar het strand toe zakken.  Ik gooi de piekenval los en laat het Grootzeil zakken, terwijl Toon het zelfde met de Fok doet.  Tonny geeft me de mand met eten aan die zij die morgen heeft klaar gemaakt, en een emmer met flesjes Carlsberg  die ze uit het bun van de sloep heeft gehaald die ik weer in het water van de kom laat zakken zodat ze lekker koel zullen blijven. Wat gezien de tempratuur van het water geen problemen zal op leveren denk ik zo. Op het strand legt Tonny een zeil neer wat ze onder de huif vandaan gehaald heeft.  

Waar een bootzeil al niet goed voor is mannen zegt ze tegen ons.

Kom met de luns Tonny zegt de Stuur.

U word op u wenken bedient heren zegt Tonny en begint de tas uit te pakken en zet alles op het zeil neer. Dus eten we broodjes met heerlijk beleg en nog en meer lekkere dingen, en drinken daar het bier bij wat we in de Oostzee gekoeld hebben. De zon word zo warm eerder heet dat we een shirt aan trekken om niet te verbranden. Zullen we een stukje het binnenland in gaan vraagt Tonny.

Oké laten we dat doen Tonny zeg ik en klimmen over het duin het daar achter gelegen landschap in. al wat je ziet is duinen met helm bramen struiken.

Laten we Bramen zoeken mensen zegt Tonny en toont een emmertje wat ze van de boot heeft meegebracht.

O daarom nam je die emmer mee zeg ik tegen haar ik dacht al wat moet je daar nou mee. We zoeken de emmer haast vol met zijn drieën en gaan daar na naar het strand terug.

Daar kan ik heerlijke bramensap voor de pudding van koken Meester zegt Tonny als we in het warme zand in lekker in het zonnetje liggen te bakken. 

Tegen de avond zeg ik zullen we zo zachtjes aan op gaan opbreken luitjes het  is tijd om weer naar de Henny-D terug te zeilen.

Laten we dat maar gaan doen Meester zegt Tonny en begint met de Stuur alvast de spullen weer in de boot te laden.  Ik vouw met Tonny het Zeil op waar op we gelunsd hebben en stouwt het weer onder de huif. Daarna hijs ik het grootzeil en zet de Piekenval vast terwijl de stuur met de Fok bezig is. Als de zeilen  gehesen zijn Trekken de Stuur en ik de boot naar het Achter anker toe en legt het in de kuip van de boot draait het roer over bakboord en zeilen we halve wind over stuurboord de kom uit om vervolgens voor de wind met ruime wind op onze thuis koers te gaan. Na zo'n drie uur verkennen we onze thuishaven en zeilen er op aan. We draaien het kleine haventje voor de wind varend  binnen, halverwege het haventje loef ik naar bakboord op recht de wind in en legt de boot stil terwijl de Stuur  het anker uit gooit en de lijn om de kikker vast legt. We laten  het grootzeil en de fok zakken en binden ze op, de Stuur pikt met de bootshaak de boei op waar de lijn naar het steigertje aan vast ligt, trekt de boot naar de steiger toe en meert hem af.

Zo mensen weer terug vraagt de havenmeester die op het steigertje en hoe was u de zeiltochtje heb u het naar de zin gehad. 

Het was uit de kunst meneer we hebben van deze dag genoten, de boot zeilt  prima vertel ik hem. 

Daar ben ik erg blij om Meester het zijn ook prima scheepjes er worden er heel veel van verkocht en ze zijn ook goed zeewaardig je kan er een aardig stompje mee afrijden.

Nou meneer zeg ik namens ons drieën bedankt voor het lenen van u boot we hebben een leuke dag gehad.

U bedankt voor het repareren van de Motor Meester u heb hem zeker van middag niet uit geprobeerd.

Dat heb ik van morgen al gedaan meneer en u kan er van overtuigt zijn dat hij toen prima liep en dat hij dat blijft doen.

Ja dat zal wel zo zijn als u het zegt Meester ik wens u smakelijk eten voor straks.Als we aan boord van de Anne komen  zit de bemanning net van het avondmaal te genieten.  We schuiven aan voor een paar sneetjes brood en een mok koffie en praten honderd uit over de fijne zeiltocht die we met zijn drieën gemaakt hebben. 

's Morgens in de Mess het is al weer Vrijdag, zegt de Stuur we kunnen Maandag middag volgens de Botenbaas leeg zijn en dan gaan we naar Karlstad aan het Vanermeer om  mijnstutten te laden voor Antwerpen.

Zeg Stuur weet jij waar om die mijnstutten van Dennenhout moeten zijn vraag ik? 

Ik zou het niet weten Meester vertel jij het maar.

Nou kijk als zo'n mijnschacht met dennenhout is gestut begint dat verschrikkelijk te kraken als de zaak dreigt in te storten, en dan kunnen die mijn werkers snel aan hun stutten trekken. Want het is link werken in zo'n mijn Stuur vooral als er mijn gas is bloedlink is dat voor die mensen daarom hadden ze vroeger een vogeltje in een kooitje dat hielden ze dan omhoog was er gas dan lag het vogeltje gelijk dood in zijn kooitje. Zo gaat het verhaal onder de mijnwerkers dat je er heel slimme vogeltjes bij heb, als het kooitje op zeker moment door zo'n mijnwerker  omhoog word gehouden kiept het vogeltje snel uit zich zelf van zijn stokje af om zo zijn kleine lieve leventje te redden.

Ja  dat zal wel Meester zeker weten Stuur en als je het niet geloofd vraag het aan zo'n ex mijnwerker die zijn er genoeg in ons mooie Limburg, zo schoon ons Limburg is dat weet niet ene is er een liedje.  

Morgen heren stapt  "Kapt Farben," de Mess binnen goed geslapen Meester, en hoe was jullie zeiltocht  waar bent u zo al heen gezeild?

Het was erg plezant Kap de boot  zeilde perfect we hebben zo'n drie uur de kust in zuidelijke richting gevolgd, en zijn in een soort kom voor anker gegaan om te eten en van de zon te genieten. 

Wel bij deze nodig ik u allen uit om vanavond met mij een aperitief  te komen drinken, dan kan ik uw verhaal uit de eerste hand horen.

Dat lijkt ons wel gezellig Kap zegt Tonny wat jij Toon, Meester, en ze  kijkt vragend naar ons en we knikken. 

Dat is dan geregeld zegt de Kapt zeg Meester  waar heeft u dat  zeilen geleerd? vraagt "Kapt Farben," 

Op de Kagerplassen bij de jachthaven Het Ford Kap dat ligt bij Warmond  bij Henk van Gent hij was kampioen van Nederland toentertijd ik heb zes weken bij de zeilschool van die man gezeild en dat was een hele leuke tijd ik zou het zo weer over willen doen, ik heb daar dan ook mijn Certificaat gehaald. En daarna heb ik heel veel gezeild door regelmatig een boot in het  Ford aan de Kagerplassen te huren. Ik wil later zelf een boot kopen om daar mee als ik met pensioen ben een reis om de wereld te maken met mijn vrouw maar dat duurt nog wel een pikheetje denk ik zo.[ Toen nog niet wetend dat mijn toekomstige vrouw helemaal geen reis om de wereld met zo'n bootje wenste te maken, maar liever met de sleurhut op pad ging.]

Als we 's avonds met z'n drieën in de salon komen zit de Kapt, heel sjiek gekleed met een wit overhemd wijnrode stropdas met daarin wat vermoedelijk zijn familie wapen is geborduurd, in de oude lerenstoel van de vorige Kapitein op ons te wachten. Hij staat bij onze binnen komst op en steekt zijn hand naar Tonny uit, en zegt ik vind het prettig dat u er ben  Mevrouw met zijn bekakte stem en buigt licht naar haar over.  Morgen avond gaat u met de Stuurman en de Meester naar de Dancing hier op het eiland  hoor ik. Ik kan u verzekeren als ik dertig jaar jonger was  de Stuurman geen schijn van een kans gehad zou hebben om met zo'n mooie vrouw als u te gaan dansen. Wat een charmeur toch die "Kapt Farben," Gezagvoerder van De Henny - D. Hij gebaard met zijn hand naar de stoel tegenover zich en vraagt  Tonny te gaan zitten. De Stuur en mijn persoontje worden op de stoelen er naast door hem gedirigeerd. Hij vraagt wat we willen drinken, ik graag een glas wijn alstublieft  Kapt zegt Tonny, geef mij en de Meester maar een simpel pilsje Kap zegt de Stuur  tegen hem. De Kapt gaat naar achteren en komt even later met een blad met twee flessen wijn, twee wijn glazen, twee flessen bier, beslagen  van de kou, en twee bierglazen terug. En schenkt op zijn bekakte toon tegen Tonny pratend ons glas gedeeltelijk vol. Pakt een van de flessen wijn en laat het etiket aan Tonny zien. Kijk mevrouw zegt hij tegen haar dit is een heerlijke volle fruitige toch wel zware "Bordeaux," uit 1954. Of hier heb ik een wat lichtere "Pui de Tomé," met een toch o zo heerlijke volle smaak uit 1951 voor u welke had u gewenst Mevrouw, en dat alles steeds op die bekakte toon van hem.

Geef mij de laatste maar Kapt zegt Tonny tegen "Kapt Farben," een heel goede keus, een heel goede keus Mevrouw u weet een goede wijn te waarderen. Tjonge wat een slap gelul van die man zeg, de Stuur zijn mond valt haast open van verbazing wat die man daar allemaal tegen zijn vrouw staat uit te kramen. Ik ben dan ook blij dat ik de wacht gelijk met de Stuur heb, die spreekt toch meer mijn eigen taal.

Dus zeg ik nou Kap ik hou van een goed glas bier en daar is toch niks mis mee vind ik. Farben kijkt mij aan met een blik van nou dat zal dan wel zo zijn maar zegt verder niets. Tonny heeft erg veel plezier in het gebeuren en zit naar de Stuur en mij te lachen. Plotseling staat  "Kapt Farben," op loopt naar de kast in de salon, en haalt er een mooie fijn gegraveerde glazen schaal met luxe bonbons en koekjes uit. Houd hem Tonny voor en vraagt wilt u ook zo'n heerlijke bonbon of koekje mevrouw. Man, Man, wat een slijmballen waren dat in die kringen zeg. Tonny pakt een bonbon uit de schaal, en zeg graag ik dank u wel Kapt en glimlacht naar hem. Het is in tussen elf uur geworden en ik wil een eind aan deze avond maken.

Maar om half twaalf  zegt Tonny het was heel gezellig Kapt maar ik moet morgenochtend vroeg op, dus de kooi roept. 

Uiteraard Mevrouw uiteraard ik vond het ook erg gezellig en heb van de gesprekken met u genoten ik dank u voor u charmante aanwezigheid alhier, hij staat op pakt haar hand en drukt er een handkus op.  Ik ben blij als we buiten staan we gaan naar beneden op weg naar onze hutten  en ik wenst de Stuur  en Tonny een goede nacht rust toe. Als ik op de rand van mijn kooi zit denk ik over "Kapt Farben," na  een wonderlijk man is hij in mijn ogen. Och denk ik deze mensen van oude Adel leven met wat zijn gedrag van van avond betreft nog in het verleden, en zien op dat gebied niet in dat die tijd voorbij is. Dus is hij denkelijk voor sommige vrouwen aandoenlijk, en zal hij  in het verleden met zijn gedragingen die hij van avond toonde wel succes met de vrouwen gehad hebben. Op deze wijze  is hij ook opgevoed denk ik . Maar buiten dat is hij een goed zeeman  dus heeft hij het roer op een goede wijze toentertijd omgegooid en is alles wat hem betreft nog op zijn pootjes terecht gekomen ik laat me achter over op mijn kussen vallen en slaapt in. 

De andere morgen word ik door Jan gepord, goede morgen het is weer tijd om op te staan Meester schud hij me wakker ik klim mijn kooi uit en besluit eerst te gaan douchen, maar zak eerst de Machinekamer in om te kijken of er nog voldoende warm water is want  daar is wel eens wat mis mee op de Henny - D. Even later sta ik heerlijk onder de warme straal en verman me om er niet al te lang onder te blijven staan, want de anderen willen ook graag douchen, en zo groot is de warmwater boiler nou ook weer niet. Na ontbeten te hebben duik ik de Machinekamer in om wat klussen te klaren waar ik zo'n beetje de hele Zaterdag zoet mee zal zijn, zo verdien ik mijn vrije zeildag  van  de dag daar voor weer terug.

s Avonds onder het eten vraagt Tonny  hoe ver weg is de Dancing  waar wij van avond naar toe gaan Meester Misschien kunnen we een Taxi bestellen om er heen te rijden 

Ik zal het wel aan de vrouw van de Havenmeester  vragen of zij dat voor ons wil regelen zeg ik zij weet dat beter dan wij ja toch dan vraag ik gelijk of hij ons ook weer terug aan boord kan brengen.

Als je dat wil doen graag Meester zegt  Tonny dat lijkt me wel gezellig wat jij Toon zeker weten Tonny.

Dat is dan geregeld zeg ik dan ga ik mij nu omkleden, en daar na even naar de havenmeester toe. Als ik van de havenmeester terug komt heeft zijn vrouw een taxi voor ons geregeld voor de heen en terug reis. Om acht uur staat de taxi op de kade te wachten we stappen met z'n drieën in en gaan op weg naar de plaatselijke dancing. Na +- twintig minuten rijden stoppen we bij een laag stenen gebouw wat naar later blijkt overal voor gebruikt word. Als verenigingsgebouw voor de Fanfare, het zangkoor van het eiland en noem maar op. Bij de ingang koop ik drie toegangsbewijzen en dan kunnen naar binnen. We zoeken een vrij tafeltje op aan de kant bij de muur de band is bezig de  instrumenten en geluid apparatuur te stemmen en testen. Wat soms een hoog gillend geluid geeft of ze katten aan het villen zijn. Na een poosje komt Tonny met onze pilsjes terug en gaat aan ons tafeltje zitten. De muziekanten zijn blijkbaar klaar met het stemmen van hun instrumenten en maken zich op om te gaan spelen. Terwijl we ons biertje zitten te drinken zie ik Jan en Andries op ons tafeltje af komen.

Een heel goede avond luitjes roept Jan boven het geroezemoes van de dancing gangers uit. Andries haal jij even vijf potjes aan de bar vraagt hij het is jouw beurt geloof ik.

Tot uw orders Chef zegt  Andries en gaat op weg naar de bar.

De muziek begint te spelen en Tonny staat op en trekt de Stuur  mee de dansvloer op. Aan de Stuur zijn gezicht te zien zit hij liever aan de pils net als ik dan op de dansvloer rond te draaien. Jan en Andries hebben hun draai en dans partners gevonden en hoeven niet aan hun danspartner te bekennen dat ze de danskunst niet machtig zo te zien. Na de eerste ronde gaan we naar ons tafeltje terug, waar even later een autochtoon aan  Tonny komt vragen of ze met hem dansen wil. Tonny wil eerst niet maar stemt uit eindelijk toch maar  in. Terwijl ze dansen hebben ze een heftig gesprek met elkaar op een zeker moment rukt Tonny zich los en komt naar ons terug gelopen. De man die niet zo nuchter meer blijkt te zijn, komt met een rood aangelopen hoofd achter haar aan en sleurt haar terug de dansvloer op terwijl Tonny zich heftig verzet. Ik sta op om die vent op zijn nummer te zetten over zijn rot gedrag als ik sta pakt de Stuur met zijn grote op een ham lijkende hand mijn arm beet, en zegt. 

Dat is mijn taak Meester. Hij beent met zijn kolossale lichaam op de dansvloer af en ik er achter aan de man in kwestie draait de zich hevig verzettende Tonny met geweld op de dansvloer in het rond de Stuur is het stel zo dicht genaderd dat hij de man om zijn nek grijpt en hem van Tonny vandaan trekt, hem los laat en hem zegt. 

lazer op jij.                                                                                                                                  

De man draait zich naar de Stuur om met het schuim op zijn lippen,  balt zijn vuist en slaat de stuur vol in zijn maag we houden onze adem in en verwachten de stuur in elkaar te zien zakken, maar die blijft staan als een betonnen paal verbaast staart de vechtersbaas naar zijn vuist en dan naar de stuur. Dan schiet de grote vuist van de stuur naar voren en raakt de man met vol geweld op zijn kaak je kan het ploppende geluid van de klap tot achterin de zaal; horen en  de man gaat KO en blijft bewegingloos op de dansvloer liggen. Dan komen twee mannen van de dancing toegesneld  En uit een voor ons onbegrepen gesprek met  wat bezoekers, haalt een van de mannen een emmer water en gooit die over de vechters baas heen zo als je in een wild west film zo vaak ziet gebeuren. De man op de vloer begint te bewegen en zijn hoofd te schudden staat dan wankelend op draait zich hoofdschuddend om en strompelt naar de uitgang waar door hij verdwijnt. Zo zegt Andries die zwaar gestoorde gek is gelukkig vertrokken. Wat wilde die vent eigenlijk van jou Tonny vraagt hij als we weer met zijn allen aan ons tafeltje zitten. Ik zou het niet weten mensen de kwestie is dat ik hem niet kon verstaan in dat Deense taaltje van hem.  Het was de rest van de avond bere gezellig  Tonny danst om de beurt met Jan en Andries, of een andere mannelijke bezoeker. Terwijl ik met de Stuur blijft zitten praten die net als ik ook niet zo van dansen houd. Om een uur speelt het Orkestje hun laatste deuntje van die avond, en lopen we daarna naar de uitgang om terug naar boord te gaan. Jan en Andries zijn in geen velden of wegen meer te bekennen ze hebben zeker een leuk meisje opgeduikeld. Buiten gekomen staat de taxi die Tonny de Stuur en mijn persoontje gebracht heeft op ons te wachten. We stappen in en  even daar na rijden we het  parkeer terrein van de dancing af het weggetje op dat naar het haventje gaat waar de Henny- D ligt afgemeerd. 's Maandags middag varen we de haven van Bornholm uit Koers Noorwegen naar Karlstad aan het Vanermeer. Dus door de Sont en het Kattengat naar Goteborg de Gota op en langs Trolhattan naar de sluizen om het Vanermeer op te varen. Die sluizen vond ik altijd indrukwekkend in drie keer ging je honderd vijftig meter omhoog.Boven gekomen varen we het meer op er staat wind kracht zes en we gaan behoorlijk te keer recht in de wind in dat zoete water. Daar ik vrij van wacht ben ga ik even naar de Stuur en Jan op de brug even lekker ouwe hoeren. Henny dook met haar boeg diep in de golven maar omdat we leeg zijn neemt ze weinig water over. Alleen moes Jan die aan het roer staat goed op zijn tellen passen om tussen de prikken te blijven. Prikken zo worden de takken bossen genoemd die in het water staan als bebakening van het vaar water, nou ja het was zeker goedkoop voor de Noren dat wel. Vanmiddag laat zijn we  in Karlstad als alles goed gaat Meester je blijft zeker ook aan boord vanavond? Vraagt de Stuur   aan mij. Zeker weten Stuur je kan toch geen lekker pilsje of wat dan ook in dat land kopen. Word weer als vanouds een klaverjasje leggen met een pilsje of een borrel van ons zelf en dat is ook gezellig vind ik. Ik ga morgenavond de wal op Meester zegt Jan bioscoopje pikken en kijken of er wat te versieren valt. Ik heb nog een liter Bols daar kan je hier in Noorwegen wel wat mee. Ja Jan zegt de Stuur zeker weten maar deze mooie kikker heeft ook nog wat flessen Bols en aangezien ik mijn Tonny  heb kan ik vanavond een lekker neutje nemen tijden het klaverjassen en hou Henny een beetje ruimer van die stuurboord prikken vandaan. Ai, ai, Sir zegt Jan tegen hem, en belazer me als ik dood ben mooie kikker dat je daar ben zegt de Stuur  tegen hem. Nou als jullie zo beginnen ga ik maar eens naar beneden kijken voor een bak maag verschuiving. Ho, ho, Meester mijn Tonny zet de lekkerste koffie die ik ooit gedronken heb, ja Toon dat denk jij maar je ben ook bevooroordeeld en ik duik van de brug af. In de Mess zit Harry  van zijn koffie te genieten terwijl Tonny in de deur opening een praatje met hem maakt. Ik schenk me een mok koffie in en ga klem in de hoek van de bank zitten, want Henny heeft het behoorlijk op haar heupen en probeert de pannen van het fornuis te gooien. Maar Tonny heeft de schalklatten tussen de pannen gezet en natte theedoeken op de tafel gelegd. Wat eten we straks Tonny vraag ik onze  kokkin. Aardappels met sperziebonen uit blik een plak boterhamworst ook uit blik en frambozen pudding toe. Morgen krijgen we weer vlees en verse groenten maar nu moeten we het met blik doen Meester. Nou dat is ook te eten Tonny niet dan, zeker weten Meester gaan we vanavond nog klaverjassen. Ja dat denk ik wel  misschien wil de Ouwe wel mee doen als hij al klaverjassen kan tenminste. Hij komt uit eindelijk wel uit  adellijke kringen maar die kunnen er ook wat van zou ik zo denken. Maar we zullen het hem vragen misschien vind hij het gezellig je kan maar nooit weten. Zeg Harry zullen we een dagje gaan vissen  vraag ik aan hem  nou dat lijkt me wel wat Meester. Dan gaan we met de boot zeilen  naar een goede stek, tenminste dat hopen we.  Dan tuig ik de boot op als jij de zeilen en toe behoren opzoekt. Dat doe ik Meester dan hoor ik wel wanneer we gaan misschien wil de Stuur ook  wel mee. We zullen het aan hem vragen Har  Door de patrijspoort kijkend zie ik de Kapt langs lopen op weg naar de brug. Kom ik zal ook maar eens naar de Machinekamer  gaan zeg ik om Anton af te lossen. Ja en ik zal  Jan maar van zijn wacht gaan verlossen zegt Harry dan is die ook voor een paar dagen van wacht lopen af, want om een uur of zes zijn we er volgens de Kapt wel. Beneden in de Machinekamer is Anton het journaal aan het bijwerken, en kijkt op als ik in zijn blikveld kom. Alles is gedaan Meester alleen de koppakking van cilinder vier blaast een heel klein beetje. Nou dat word dan een klusje voor morgen voor ons beiden denk ik zo Anton Dan kunnen we  overmorgen gaan zeilen en vissen Harry gaat al mee dus als je zin heb graag hoe meer zielen hoe meer vreugd zeg ik maar. Zeg Meester wat vangen ze hier zo al voor vis als je al wat vangt natuurlijk. Snoek en Snoekbaars, en karper dacht ik en een soort wit vis waar van ik de naam niet kan. Ik  neem in ieder geval mijn werphengel mee voor de snoek en de snoekbaars en de karper niet te vergeten. En op die witvisjes kan ik ook met de werphengel passief vissen ja toch. Ik tekent het journaal af als Anton naar boven gaat en laat  mij  in de oude stoel in de werk ruimte zakken. De Machinekamer is al een aardig stuk geverfd door de dekploeg, en het ziet er al een stuk beter uit als daar voor. Maar over ruim twee maanden komt de Kapt eigenaar weer terug met zijn eega. En aangezien je weet hoe de hele boel er voorheen uitzag, zou na terug keer van de eigenaar de boel wel gauw weer in de staat verkeren als toen ik in Great Yarmout aan boord kwam. Dus zal ik tegen die tijd maar zien dat ik een andere Coaster onder mijn kont krijgt waar de Kapt wat meer om het onderhoud van zijn schip geeft Ik sta op en ga eerst maar eens naar de blazer van cilinder vier kijken, wat inderdaad een klusje voor morgen blijkt te zijn. Ik loop terug naar de Werkruimte als de Motor langzamer begint te draaien ten teken dat we onze eind bestemming naderen. Ik klim naar boven en ga aan de reling hangend naar de naderende kade staan kijken. Er liggen van allerlei soort schepen aan de kade  waar van veel Hollanders. We gaan langs de Clotilda- M waar ik nog als tweede op gevaren heb maar ik zie geen bekenden aan dek. Ik besluit in de avond even op de Clotilda te gaan buurten om te kijken of er nog bekenden zijn uit de tijd dat ik er op voer. Achter de Clotilda is een lege plek aan de kade waar we moeten afmeren. Na wat  achter en voor uit gemanoeuvreerd te hebben liggen we afgemeerd. De Kapt staat op de stuurboord vleugel van de brug hij kijkt naar beneden een zegt u kunt de boel stoppen Meester doen we Kap en ik zakt naar beneden de Machinekamer in. 's Avonds wip ik even naar de Clotilda over het blijkt dat de eerste Meester en een matroos Theo geheten plus de Kapt nog over zijn van de bemanning toen ik er nog op voer.  De Meester vertelt dat de Kapt nog steeds even chagrijnig is als toen. Maar zoals ik al wist hebben de Machinisten weinig last van hem alleen dat hij nog altijd op het eten wil beknibbelen of hij de eigenaar van het schip zelf is. Na een paar borrels met de bemanning gedronken te hebben de Kapt had ik nog niet gezien ging ik naar boord terug. In de Mess  zitten Tonny, De Stuur, en Harry al op me te wachten om te gaan klaverjassen. Wat met een Tig flessen Carsberg en een borrel erg gezellig werd na drie partijen komen de Stuur en ik er achter dat we de verliezers zijn. Wie wil er nog koffie vraagt Tonny nou Mevrouw dat zou mij heerlijk smaken komt "Kapt Farben," de Mess binnen. Heeft u vroeger op de Clotilda die achter ons ligt gevaren Meester? vraagt de Kapt aan mij, ik zag u tenminste aan boord van dat schip gaan. Inderdaad Kap gaf ik toe ik was toen tweede Machinist maar er zitten niet erg veel oudgedienden meer op. Alleen een matroos de toenmalige eerste Machinist en de Kapt wat een eerste klas maaglijder is en volgens de bemanning van nu nog is. En om dat hij zelf misselijk word als hij aan eten denkt, denkt hij dat zijn bemanning aan de zelfde kwaal lijd . Zodoende had hij toen ik er nog opvoer voor de Kerst twee kippen besteld voor acht personen we aten ons een vette bek  die eerste Kerst dag. Maar de Kok behoort toch de bestellingen te doen Meester daar bemoei je toch als Kapt toch niet mee die heeft toch wel wat beters te doen denk ik zo. Ja Kap maar hij denkt daar schijnbaar anders over. Terwijl we zitten te praten komt Tonny met de koffie koppen binnen en zet voor iedereen een kop neer. De Kap krijgt zoals gewoonlijk een kop en schotel voor hem op tafel gezet. Ze gaat terug naar de kombuis en komt terug  met de koffie pot. Wil u een kop koffie Kapt vraagt ze aan hem terwijl ze het al voor hem in schenkt. Graag Mevrouw dank u wel zegt Farben tegen haar als ze de koffiepot nadat ze voor hem ingeschonken heeft op tafel terug zet. Nou zie ik de Stuur denken wat heeft die man wat wij niet hebben wij mogen mooi zelf onze koffie inschenken. Als ik de andere morgen op stond schijnt het zonnetje door de patrijspoorten mijn hut binnen. Dat word een mooie dag zo te zien in de Mess zitten de mannen hun ontbijt te nuttigen. En zijn in een gesprek gewikkeld over de inspectie van de winchlijnen dat moet gebeuren van het Ministerie van Arbeid, wat de Kapt net voor hij ging ontbijten van twee heren van het Ministerie van Arbeid te horen had gekregen eerder mocht er niet geladen worden. Hoe laat komen die gasten aan boord Kap vraagt de Stuur , geen idee Stuurman dat hebben ze er niet bij gezegd. Nou laten we ons borst maar nat maken Kap de lijnen van de winches hadden allang vervangen moeten worden. Verleden reis heb ik dat nog tegen de Kapt eigenaar van dit scheepje gezegd, maar dat kon nog wel even zei hij. We hoefden alleen de werkboot maar met de lijnen binnen te draaien zei hij, op alles werd hier beknibbeld zoals we deze reis van Great Yarmouth tot hier wel gemerkt hebben het is er geregeld komen kluizen hier aan boord. En reken maar dat het nog niet het laatste ongemak geweest is voor de Kapt eigenaar en zijn vrouw weer terug zijn. Nou Stuur voor dat gebeurt ben ik ook weer weg het lijkt me niet zo prettig om met zo'n stelletje te varen zeg ik tegen de Stuur . We zullen eerst maar eens afwachten heren zegt "Kapt Farben," dan, wie weet valt het nog mee. Die Noorse Inspecteurs kennende zal dat wel tegen vallen Kap zegt de Stuur dan. Op de Vanessa-P waar ik op zat lagen we twee jaar geleden ook hier in Karlstad en toen werden de lijnen ook afgekeurd. En afgezien van de laadtijd die we kwijt waren kregen we ook nog een fikse boete, en die lijnen waren stukken beter als de winchlijnen van dit schip zeker weten. Als die twee weer aan boord terug komen kunnen ze wel met hun pis naar de Dokter gaan zegt Anton dan. Die moeten zoveel betalen dat ik me af vraagt of ze het geld daarvoor nog wel op kunnen hoesten. Wel heren dat is zeker onze zorg niet ik zou zeggen aan het werk dan maar zegt "Kapt Farben," tegen ons terwijl hij opstaat om de Mess te verlaten. Ik ga met Anton de Machinekamer in om de kop van cilinder vier te trekken en de koppakking te vervangen. Na dat de kop er af was maak ik met een dot poetskatoen mijn handen schoon en ga naar boven om een luchtje te scheppen. In het midscheeps is de dekploeg bezig de lijnen van de winch af te draaien, Terwijl de lijnen van de achter winch al op het dek liggen en door twee mannen van het Ministerie worden bekeken. De Stuurman komt naast mij hangen en zegt nou de zaak word mooi afgekeurd Meester. Ik ben al naar de Kapt geweest en die is de wal al op om nieuwe lijnen te gaan bestellen. Man wat  een troep op dat bootje we hebben iedere dag wel wat gehad. Gelukkig is het steeds goed afgelopen maar soms toch kantje boord. Ga jij er ook af als de oude Kapt weer terug komt, ja zeker weten Stuur voor je het weet is het weer het oude liedje. Nu komen er nog nieuwe spullen ter vervanging, maar als die man terug is gaat hij natuurlijk weer op alles beknibbelen als hij de kans krijgt zelfs op het eten denk ik zo.

 

 

Hoofdstuk 3

,Een venijnige kleine Windhoos,”

 

 

 

Ik denk dat ik een poosje vakantie ga in Spanje ga houden.

daar zou ik nou nooit heen gaan Meester met die "Franco," daar aan het bewind ze gooien je zo de bak in als je niet uit kijkt.

Ik ben er al menig maal geweest Stuur maar ik heb nog nooit last gehad. Nou ja ik heb een kennis met zijn vrouw en kinderen daar wonen, die man is Ltn bij de Cardia Civiel, ik ben daar bij die mensen al een paar keer te gast geweest en heb het daar erg naar mijn zin gehad. Hun adres kreeg ik van de tweede Meester Van de Anja-C waar ik op zat, hij was ook een Spanjaard en het was een neef van die Ltn Als ik nu naar Spanje  ga kijk ik of ik daar een huisje kan kopen dat lijkt me wel wat.   

Waar in Spanje is dat dan Meester Calpe heet die plaats Stuur het is een klein vissersplaatsje. Ik vind het daar erg fijn toeven ik heb de laatste keer met zo'n typisch Spaans houten vissersscheepje de "Pastor Ferrar,"  was de naam een reisje van een dag mee gemaakt wat ik erg leerzaam vond. Die mensen hebben een heel andere stijl van vissen dan wij Hollanders.  En ik maakte het bij die mensen om dat ik ook netten kan boeten, lijnen  splitsen, en ook nog vis strippen. En toen ik de oliepomp van dat krakkemikkige motortje in dat scheepje  had gerepareerd, die het al tijden niet goed meer deed kon ik geen kwaad meer bij ze doen. Alleen versta ik geen woord Spaans het was alleen gebaren taal maar dat lukte ook wel op den duur. Als het me lukt daar een huisje te kopen ga ik een cursus Spaans doen dat is wel zo makkelijk denk ik zo. En nu ga ik weer eens in de tempel der machinerieën om mijn tweede en enigste monnik bij te staan in de retretre kop monteren. Na dat Anton en mijn persoontje de kop met alle toe behoren op cilinder vier geplaatst hebben is het zo zachtjes aan ketens tijd geworden.In de Mess is het een drukte van belang er word druk over de afgekeurde lijnen gediscuteerd. De een vind het flauwe kul en economisch niet verantwoord wat die Noren uitvraten.Terwijl de andere het weer erg goed van die Noren vind omdat de veiligheid van de mensen boven alles gaat vinden zij. 

Nou mannen zegt de Stuur  jullie hebben wat mij betreft allemaal gelijk, maar vanmiddag komen de nieuwe lijnen aan boord, en die moeten dan even om de winchtrommels gedraaid worden. En aangezien het nieuwe lijnen zijn is de veiligheid van jullie nu zeker gewaarborgd,  en economisch gezien kunnen we dan ook weer verder en nu wens ik jullie een smakelijk eten. Als we zitten te eten komt "Kapt Farben," De Mess binnen.

Goede middag mijne heren groet hij eet u smakelijk en dat het u wel bekome wat ik niet betwijfel met zo'n fameuze kokkin, en hij maakt een haast onmerkbare lichte buiging naar Tonny toe. Die zich op haar beurt weer haast om voor hem op te scheppen Dank u Mevrouw het eten zal mij nu nog lekkerder smaken zegt hij met zijn zalvende stem tot Tonny, die zoals gewoonlijk een rood hoofd krijgt van Farbens complimenten.

Terwijl Farben zijn vier sterren act op voert met zijn mes en vork, zegt hij tegen de Stuurman. Wel Stuurman als alles goed gaat kunnen we morgen laden en hoop ik Dinsdag hier weer weg te zijn, op weg naar Antwerpen.

He ja en als we in België zijn kunnen we heerlijk van dat Belgie,se bier gaan genieten  zaligggg Kap. Maar eerst gaan we vissen en een zeil tochtje maken het gaat toch nog wel door Meester?

Zeker  weten Stuur  ik  ben de wal al op geweest om een hengel te kopen een goed hengeltje trouwens en de prijs viel me nog al mee. Zoek jij dan even de zeilen van de werkboot in het voor onder op, volgens Andries moeten ze daar ergens in een kast liggen de mast ligt op het achterdek gesjord maar dat zul jij beter weten dan ik. Dan kunnen we hem morgen optuigen als je de boot  tenminste niet nodig heb?

Nou nee we hoeven even niet buitenboord te tjetten dus kunnen we de boot morgen zeil  klaar maken. Dan kan ik daarna ook een hengeltje gaan verhapstukken als je me even verteld waar ik moet zijn, want zonder hengel kan je slecht vissen. Dan kunnen Harry en Anton gelijk met mij mee om een hengel te kopen want die hebben er natuurlijk ook geen.

Vergeet geen kunstvisjes te kopen Stuur en kleine aasvisjes voor als we in een riet kraag gaan liggen vissen. Neem ook twee ankers mee een voor en een achter zo dat de boot niet gaat draaien als we liggen te vissen. En het bier natuurlijk niet te vergeten en wat te eten zal ook wel gemakkelijk zijn op zo,n visdag, dat kan jij mooi met Tonny regelen zo komen wij de dag wel door ja toch? De andere dag begin ik de boot op te tuigen met  de spullen die de Stuur en Andries voor mij klaar gelegd hebben. Eerst laat ik met behulp van Harry de mast door de voordoft  tussen de mastklampen zakken dan steek ik de bouten door de gaten, die ik in de Machinekamer opgezocht heb om dat ik de originelen los moest branden zo verroest als die waren die Ik merk dat er al heel lang niet met het spul gezeild is alles gaat even stug en stroef. Als de verstaging vast gezet is en op gespannen niet te los en niet te vast ben ik klaar met het zeil tuig van de boot.Het bootje heeft een torentuig de zeiltjes zijn in goede doen alleen een beetje smerig  maar een kniesoor die daar naar op lette. Na alle blokken en vallen nagekeken te hebben, van het buitenboord motortje een 5 pk Thomson en ik de sproeier heb schoongemaakt laat ik hem proef draaien en is de boot  klaar voor een dagje zeilen en vissen. Hoe laat gaan we morgenochtend  weg Meester vraagt de Stuur. 

Wat denk je van een uur of vijf vraag ik aan dan hebben we een lange dag voor de boeg.

Oké dan gaan we een beetje bijtijds te kooi dan zijn we bij de pinken als de vis bijten wil.

De andere morgen schiet ik om vier uur mijn kooi uit en kijk door de patrijspoort naar buiten wat voor weer het is. Het is droog en een het bleke licht van de door schietende zon spettert in het haven water. Ik kleed me aan en duik de Machinekamer in om de hulpmotor voor van dag van diesel en smeerolie te voorzien. Na deze geklaard te hebben ga ik  naar boven om te eten, de vissers in spe zitten al aan hun ontbijt.

 Morgen Meester het weer ziet er goed uit zegt de Stuur met een half volle mond.

Het kan niet beter Stuur zeg ik, een mok koffie inschenkend mijn eerste levens behoefte voor deze dag uit de door Tonny,s klaar gezette koffie kan. Ik slurpt met genoegen uit mijn mok als Tonny de Mess binnen komt met gebakken eieren, spiegel en om en om gebakken. Als ze het bord met een spiegelei voor mij neer zet zegt ze. Alstublieft Meester en eet smakelijk.

Ik zeg regen haar ik dank u wel mevrouw een eitje door u gebakken zal mij verrukkelijk smaken, het verschil met Farben is dat ze nu niet tot in haar nek kleurt maar hartstochtelijk vuile slijmerd tegen me zegt.

Nou nou Ton zegt de Stuur tegen haar waar zijn je manieren Meisje, en vertel me eens wat heeft onze Gezagvoerder Farben wel, wat de Meester en wij allemaal niet hebben nou? Maar daar  geeft ze maar geen antwoord op en met een op geheven hoofd verlaat ze de Mess naar de kombuis toe.

Nou zeg ik als ik klaar met mijn ontbijt ben, ik ga mijn visspullen maar eens bij elkaar zoeken tot zo meteen mannen. Als ik in mijn hut kom duik ik in de la van mijn  bureau [ja mensen ik heb een bureau gelijk een ambtenaar op deze boot, en vist er een oud sigaren kistje uit  Bol nak staat er op het deksel op de plaats waar de K van knak moest staan zit een brandplek van een brandende sigaar van mijn Opa van wie dat kistje geweest is . Na zijn dood kreeg ik het van mijn Opoe om dat je altijd met hem ging vissen zei ze tegen me. Ik opent het doosje en daar liggen ze de kunstvliegen en visjes gekochte maar de meeste door hem zelf gemaakt. Zijn lievelingsvisje ligt links in het kistje gemaakt van vier houtjes iets groter dan een lucifer midden tussen die vier houtjes loopt een katoenen draadje naar achteren aan het einde achter heeft hij een dregje geknoopt. Aan de voor kant zit een koperen oog en een vis loodje er vlak achter, om het geheel heeft hij een rode katoenen draad gewikkeld. Ik pak het visje liefdevol uit het kistje en zie in gedachten mijn Opa als we in een gehuurde roeiboot op de Reeuwijkse plassen drijven, het visje aan zijn werphengel met een rail molen bevestigen. Hij laat het visje achter de boot weg drijven en zet de lijn  op de slip, en duwt de hengel tussen de boot en de achterdoft vast.

Zo zeun en non een lekker bakje pikheet zegt hij tegen mij. Daar ik alleen een vaste hengel heb moet ik toch wachten tot de ouwe man met zijn werphengel stopt, om dan ergens in een rietkraag te gaan liggen om ook de vaste hengel ter hand te nemen, naast zijn werphengel dan die hij voorziet van een dikke worm.

Voor de paling zeun zegt hij tegen me. hij Ik schenk hem een mok koffie uit de stenen Bolskruik met daarom heen een oude wollen sok in.[dan blijft de koffie lekker warm van een thermosfles hadden we in die tijd nog nooit van gehoord ]. Daar de koffie door mijn opoe gezet is lijkt het wel teerwater en zo bitter als gal. Dus sla ik mijn mok maar over voor dat mijn maag naar gallemieze  gaat. Mijn Opa schijnt daar in het geheel geen last van te hebben en zit luid aan zijn mok te slurpen terwijl hij met iedere slok luid ehhhhh zegt. Na een kwartiertje begint zijn hengel  te zwiepen snel trekt hem tussen de doft vandaan en roept.

Dat is een snoek zeun en begint de lijn voorzichtig binnen te draaien. Na een half uurtje moorden heeft hij de snoek die negen pond weegt binnen. Vol trots kijkt hij me aan als hij de snoek triomfantelijk in de hoogte houd.  Dat zelfde aasvisje hou ik hier vast dat me aan mijn Opa doet denken al is hij er helaas niet meer wat zou ik graag nog een keer met hem zijn gaan vissen op de Reuwijkse plassen. Ik stop het visje in het kistje terug en doe het in de tas met mijn andere visspullen vast besloten een kans met het aasvisje van mijn Opa te wagen. Met mijn Jack aangetrokken pak ik mijn visspullen op verlaat mijn hut en ga naar boven. Waar de Stuur al bezig is de spullen in de boot te laden.

Geef maar hier Meester dan geef ik  alles een plaatsje in ons jacht zegt hij zijn handen naar mijn spullen uit stekend.

Terwijl we zo bezig zijn komen Harry en Tonny met de proviand aanslepen.

Ik hoop wel dat er nog plek voor een visje over blijft Stuur?

Dat zal wel meevallen Meester ons Jacht is groot genoeg dacht ik zo. Onder tussen komt Harry met zijn visspullen aan lopen mag ik de Fok bedienen als we vertrekken Meester?

Laat meneer Pastoor jou maar bedienen mooie kikker zegt de Stuur tegen hem.

Alleen als hij jou ook  bediend waardeloze Stuurman zegt Harry.

Nou mannen jullie zijn nou niet te wacht hoor zegt Anton dan, dus oogjes toe en mondjes dicht He.

Onder tussen is alles in de sloep gestouwd en kunnen we aan vertrekken gaan denken. Ik begin het Grootzeil op te halen en Harry de Fok, Andries hangt over de verschansing heen naar dat tafereeltje te kijken. Als ik naar boven kijk zie ik  "Kapt Farben," in zijn rood met Goud gestikte kamerjas aan dek staan. Zijn haren zijn nu netjes gekamd zijn bril staat recht op zijn neus en hij draagt een witte pyjama broek onder zijn kamerjas, hij ziet er nu wel anders uit als toen hij  de Machinekamer in kwam met water in de diesel.

Wel mijne heren ik hoop dat jullie veel vis vangen dat zal dan heerlijk smaken als het door onze kok gebakken word, en keek daar bij naar Tonny die ook op het dek stond om de Stuur gedag te zeggen .En voor de rest wens ik jullie een prettige dag toe mijne heren en na dat gezegd te hebben schreed hij naar de salon terug.

 Als iedereen in de boot zit roep ik voor en achter los jongens de Stuur gooit achter los en springt de boot in  terwijl Harry de voor tros in de boot gooit en er achter aan springt. Als we uit de luwte van het schip en de kade komen pakt de wind die hoogstens kracht twee is onze zeilen die zachtjes beginnen te killen. En voor de wind zeilen we bij de Henny- D weg.  Voor de wind gaan we de haven uit en als we buiten de haven zijn gaan we halve wind stuurboord uit. Ik geef de Stuur het roer en ga mijn hengeltje gereed maken. Ik doe het kunstvisje van mijn Opa dat ik uit het sigaren kistje  heb gehaald aan de wartel van mijn hypermoderne werphengeltje waar een mooi klein  molentje aan zit, dat is wat anders dan de grote railmolen van mijn Opa toentertijd. Rustig laat ik het aas achter de boot weg drijven. Als het aasvisje ongeveer tien meter achter de boot op en neer wipt zet ik de lijn op de slip. Na een kwartiertje gezeild te hebben zien we op stuurboord boeg een motorbootje met twee mannen er in die een net aan het in halen zijn. Als we dichter bij komen gebaren ze dat we achter hun om moeten varen.

Ze hebben een zweefnet van zo,n tien meter in het water voor de boeg hangen zeg ik tegen de Stuur daarom moeten we achter hen langs. Het lijkt wel een vleetlogger waar ik vroeger op voer alleen hadden wij dan zo.n drie km lang honderd er twintig netten voor onze kop hangen. Als we achter het bootje langs varen zwaaien de twee mannen naar ons en wij zwaaien terug. Ik zie wel wat vis in het net zitten maar kan niet ontdekken wat voor vis het is.  Als we zo,n twee uur halve wind gezeild  hebben heeft mijn hengeltje nog geen teken van leven gegeven. Over stuurboord komen mooie rietkragen in het zicht met naar boven op gaande heuvels Begroeit met dennenbomen en grote zand plekken er tussen door.

Wat denk je Meester vraagt de Stuur zullen we daar bij die uitloper voor die rietkraag gaan liggen dan zitten we lekker in een oppertje. 

Dat is goed Stuur ik denk nog twintig minuten dan zijn we er met deze snelheid dan draai ik even mijn hengeltje binnen en ik pak mijn hengel tussen de achterdoft vandaan  en begint hem binnen te draaien. Het visje zwemt op en neer zwemmen met schokkende beweginkjes wat rode flitsen in het water geeft. Als het visje zo,n zeven meter van de boot verwijdert is zie een schaduw achter het visje opdoemen, en even daarna komt de ruk van het vast slaan van de Snoek of Snoekbaars terwijl de top van de hengel haast tot het water oppervlak door buigt.Hij breekt gelijk naar bakboord uit en de slip slipt snel tikkend uit. Plotseling valt de lijn slap en razend snel draai ik de lijn weer strak want als de Snoek de kans krijgt  er met een slappe lijn vandoor te gaan breekt de lijn geheid af als hij hem strak trekt. Als ik de lijn weer strak heb begint  de snoek met  heen en weer gaande bewegingen van de boot af te zwemmen. Ik geef hem loos maar zorgt dat de lijn strak blijft zo dat hij niet breekt. Op een zeker moment begint hij rustiger te zwemmen terwijl ik hem goed in de gaten houd. Plotseling zwemt hij naar de boot terug en breekt naar stuurboord uit, maar daar ik de lijn weer strak heb lukt  hem dat ook niet. Vol spanning zitten de jongens te kijken wie deze strijd gaat winnen . Maar van mijn Opa heb ik toentertijd geleerd hoe je een snoek moet drillen. En na een half uur heb ik hem op een meter van de boot gehaald en hou mijn lijn angstvallig strak zo dat hij me geen kooltje kan stoven. Uiteindelijk schept de Stuur  hem in het schepnet en zijn de jongens in hoera stemming. Het is een snoek van elf pond ik pak het bijt stokje en doe dat in de bek van de snoek, zo dat ik de dreg van het aasvisje zonder dat hij in mijn vingers kan bijten, met het daar voor bestemde tangetje uit zijn bek kan halen . Als ik daar mee bezig ben zie ik nog twee haken in zijn bek zitten ten teken dat hij al twee keer ontsnapt is dus een uit gekookte jongen of meisje deze snoek alleen zal hij nu de bakpan in gaan. Ik leg het kunstvisje zorgvuldig in het sigaren kistje terug eens te meer heeft het door mijn Opa gemaakte kunstvisje zijn vakmanschap bewezen.Als we de snoek binnen boord hebben koerst de Stuur naar een kom in de rietkraag aan zo dat we in een oppertje kunnen liggen tijdens het vissen. Aan de rand van de kom gekomen gooit de Stuur  het achter anker over boord en laat de anker lijn rustig door slippen. Harry die voor in de boot klaar staat wacht op een seintje van de Stuur om het voor anker in de plomp te gooien.

Weg anker Harry zegt de Stuur en Harry gooit het anker het water in als dat gebeurd is trekt de Stuur de achterlijn strak en kunnen we gaan vissen. Ik maak mijn lange werphengel van +- vijf meter lang klaar dan kan ik alle kanten op. En de rest van de bemanning evenzo als ieders snoer in het water ligt en de dobbers recht op staan, schenkt Harry een mok koffie voor ieder van ons in. En krijgen we een lekkere belegde boterham van hem er bij. Na dat we een poosje op onze dobbers  zitten staren begint de Stuur zijn dobber steeds tot aan het rode topballetje in het water te verdwijnen. Voorzichtig pakt hij zijn hengel op en wacht gespannen af wat de vis gaat doen, iedereen in de boot houd zijn adem in. Plotseling verdwijnt de dobber helemaal onder water en slaat de Stuur  hem met een korte tik vast en de vis wil er met hoge snelheid met zijn dobber van door. Tikkend draaide de slip af terwijl hij de slippende lijn af en toe naar zich toe haalt door de hengel rustig naar achter te trekken. Nu begint de snoekbaars of karper heen en weer te zwenken steeds verder van de boot weg Terwijl de hoeveelheid lijn op de Stuur zijn  trommel steeds dunner word. Als  de lijn slap valt begint hij de lijn snel in te draaien die op een zeker moment weer zo strak als een harpsnaar staat. Weer gaat de lijn in de slip en zwemt hij richting de rietkraag wat natuurlijk niet de bedoeling is anders verspeelt hij de vis. Dus begint hij de hengel met korte treiterende stootjes van de rietkraag weg te halen. De vis probeert naar rechts uit te breken de Stuur  laat hem eerst zijn gang gaan zodat de vis bij de rietkraag vandaan zwemt. Als de vis uit de gevaarlijke zone is begint hij hem langzaam naar de boot toe te halen. Je kan zien dat hij moe begint te worden, na dat prachtige stukje dril kunst van de Stuur. Tien meter van af de boot probeert de vis over de lijn heen te draaien om zo los te komen maar de Stuur draait de lijn strak naar zich toe. En eindelijk zien we hem boven water komen een snoekbaars van zeven pond naar later blijkt. Hij probeert nog een keer weg te komen door te gaan zigzaggen maar hij krijgt geen kans meer van onze Stuurman. En als hij uitgeput naast de boot ligt schept Anton hem in het schepnet binnenboord, met de snoek mee hebben we al een lekker maal vis gevangen. Om een uur of een hebben we allemaal heel leuk gevangen, Harry een Brasem en een kleine Snoek, Anton een Karper een Snoekbaars en een soort wit vis waar we de naam niet van weten. En ik twee Brasems wat we in de vissersmond vloermatten noemen en een karper en mijn Snoek in het begin niet te vergeten.We halen onze visspullen binnen boord en gaan eerst maar eens een hapje eten, aangezien we al aardig wat flesjes Tuborg achter de kiezen hebben is een bodem in onze magen wel gewenst. Nou hoeven we ons om de Stuur niet ongerust te maken die heb ik nog nooit met een stuk in zijn kraag gezien terwijl hij  toch flink wat flesjes Tuborg  naar binnen gekieperd heeft.  Zo zitten we lekker in het zonnetje ons brood met lauwe koffie of bier met de temperatuur van het water waar zij in hadden gehangen te genieten.

Wat denk je Meester vraagt de Stuur  hebben we genoeg vis denk je dan kunnen we straks nog een eindje zeilen.

Doen we doen Stuur dan kunnen we zo meteen de visspullen op gaan ruimen als we klaar met eten zijn. Ik zit lekker op de achterdoft in het zonnetje terwijl de anderen ook zitten te knikkebollen van de warmte en het bier. Ik sluit mijn ogen en laat het zonnetje zijn werk doen. Heel in de verte hoor ik een speedboot zo te horen een behoorlijke grote naderen. Wat wel vreemd is het lijkt wel of hij van boven de berg achter het riet komt, dat zal wel van het bier komen denk ik terwijl het geluid steeds harder en harder word en steeds dichter bij komt. Iedereen in de boot is nu klaar wakker we horen de boot met donderend geluid door het riet ergens dwars van ons komen varen.

Hou je vast mannen schreeuwt de Stuur O God ik hoop dat hij ons niet overvaart want dan zijn we er geweest.

Ondertussen is het geluid oer verdovend geworden en horen we het gekraak van scheurend riet dat uit elkaar geperst word. En zien  het riet  hevig  heen en weer bewegen, terwijl het gegier oer verdovend word. Met angst vertrokken gezichten staren we naar de plek waar we hem verwachten.  Zo,n tien meter achter ons breekt het met oerverdovend geraas door de riet kraag heen en krijgen wij de speedboot te zien. Verbaast staren we naar de vermeende Speedboot dat een kleine windhoos blijkt te zijn die draaiend en tollend met allerlei stukken hout van kleine bomen, riet en water opzuigend over het meer schiet om na zo'n honderd meter verder door al het hout, riet en water in zich als een plumpudding in elkaar te zakken. Verbaasd zitten we naar de plek te kijken waar de betrekkelijke kleine hoos die toch o zo gevaarlijk is als je hem op zijn weg tegen komt in elkaar zakt  en je even later niets meer ziet dan wat afgebroken takken en wat riet.

Oei zegt Harry dat scheelde niet veel of hij had ons leggen gehad je moet er maar niet aan denken als die over ons heen gewalst was.We ruimen de visspullen op en dan wil ik als we daarmee klaar zijn even op de wal gaan kijken waar die hoos door heen geraasd is. Als we daar mee klaar zijn halen we de ankers voor en achter binnen, en wrikten de boot naar de kant waar we hem vast leggen aan een halve boom waar van de bovenste helft door de hoos is afgerukt. We stappen de wal op en zien een geul van zo'n tien meter breed naar boven de helling oplopen, waar geen hele boom of struik meer staat alles is door de hoos uit de grond gerukt of zwaar beschadigd.

Nou Meester  die heeft goed huisgehouden man wat een kracht heeft zo'n ding en dan was het nog maar een kleintje laat staan als het een grote is.

We volgen het spoor helemaal tot boven aan toe, als we daar boven aan komen houd het spoor van vernieling plotseling op. Hier is hij zeker begonnen zeg ik maar waar komt zo,n Hoos nou vandaan.  Ik zou het ook niet weten zegt Anton, ik denk dat hij uit de lucht komt vallen een kwestie van koude en warme lucht misschien?

Dat is mogelijk Twee zegt de Stuur maar helaas weet ik er het fijne ook niet van anders zou ik het haar fijn voor jullie uit de doeken doen. Maar zullen we naar beneden naar de boot gaan en nog een heerlijke fles Tuborg nuttigen op de goede afloop van wat we zeker wel een avontuur mogen noemen.We stemmen eens gezind met het voorstel van onze Stuurman in en beginnen de helling af te dalen op naar de Tuborg. Beneden gekomen haalt de Stuur  vier flessen Tuborg uit de emmer die naast de boot aan een lijn in het water hangt om het koel te houden, het is wel geen koelkast maar het kon er mee door. We gaan in het zand liggen terwijl de Stuur  als een ervaren Kastelein de flessen opent waarvan we de inhoud prompt in onze magen laten verdwijnen. Na ieder nog drie biertjes gedronken te hebben is de voorraad er door heen en besluiten we naar de Henny- D terug te zeilen. Ik spring in de boot en begin het grootzeil omhoog te trekken terwijl Harry de fok weer voor zijn rekening neemt. Na de piekenval en  fokkenval goed aan gehaald te hebben zijn we klaar voor vertrek. De Stuur gooit achter los en springt in de boot  terwijl Anton hem voor los gooit en de boot voor flink afduwt voor hij in de boot springt . Heel langzaam drijven we af wachtend tot de wind onze zeilen te pakken krijgt en als de zeilen beginnen  te killen  laat ik de boot halve wind naar stuurboord afvallen. Als de wind ons goed te pakken heeft  ga ik strak aan de wind op het ons te bezeilen punt af.

Ik zou nou maar naar de overkant van het vaar water gaan Meester zegt de Stuur  dan kunnen van daaruit koers op de haven zetten. We zeilen namelijk aan de verkeerde kant van het vaarwater maar binnen de prikken die daar staan dus een zeeschip komt daar niet.

Oké Stuur ik ga oversteken. Maar kijk wel uit Meester want daar komt een Coaster aan een Duitser aan zijn vlag te zien.

Ai, ai Sir zeg ik, ik zie hem en laat de boot halve wind af vallen stuurboord de vaargeul in. En zo koers ik naar de andere kant van de geul  terwijl ik mijn snelheid en die van de Duitser door mijn rechter ooghoek goed in de gaten hou. Ik nader snel het punt waar ik voor de Duitser over de geul achter de prikken zal bereiken maar de Duitser nadert ons ook snel. Maar eigenlijk is het mij die hij snel nadert ik  heb alleen nog oog voor de Duitser de anderen ben ik op dit moment vergeten de adrelyne giert door mijn bloed.

Ik hoor als in de verte de Stuur zeggen God Meester je heb het toch nog wel in de hand.

De loods op de Duitser denkt er net zo over en zet de fluit wijd open. Maar ik voel gewoon dat ik de situatie in de hand heb en als iedereen denkt dat de Coaster ons zal rammen, stuur ik de boot hoog aan de wind  voor de Coaster over achter de prikken buiten de vaargeul.

Nou Meester dat is vandaag de tweede keer dat we door het oog van de naald kruipen zegt De Stuur tegen mij. 

Dat valt wel mee Stuur ik wist gewoon dat ik er voor over kon sorry dat jullie zo geschrokken zijn.

Nou zo te zien ben jij de enige die er zo over denkt, zegt hij terwijl hij naar de brug van de Coaster kijkt waar we voor over gezeild zijn, die ons op dat moment passeert en waar op de brug de loods, en de Kapt of Stuurman met hun vuisten naar ons staan te zwaaien.

Die goudvinken zijn gewoon jaloers dat ik zo mooi voor hun over zeilde Stuur ik had nog meer ruimte over dan ik dacht over te hebben.

We zullen straks als we in de haven komen maar even goed op letten waar die gasten afgemeerd hebben anders word het misschien matten geblazen zegt de Stuur. Maar een voor een en een voor allen al moet ik toe geven dat ik me rot geschrokken ben.

Vlak voor we de haven binnen varen laten we onze zeilen zakken en starten  we de Thomson. De haven binnen varend letten we goed op waar de Duitser afgemeerd ligt. Harry ziet hem helemaal aan de rechter kant in de haven liggen dus een aardig eind van ons vandaan afgemeerd liggen. Terwijl wij  links in de haven afgemeerd liggen we varen naar de Henny-D  en meren af. Op de wal zien we geen boze Kapt of loods staan. Zo dadelijk zit hij al bij Farben zegt de Stuur tegen mij.

Hij gaat zijn gang maar Stuur voor mij heb ik niks verkeerds gedaan. Ik geef de visspullen aan de Stuur op die ze op zijn beurt weer aan dek legt. Als we daar mee bezig zijn komen Tonny en "Kapt Farben," ons begroeten.

Goedemiddag mijne heren hoe groot is de vangst, en hoe is de zeiltocht verlopen. We hebben wat Snoeken en Snoekbaarzen gevangen Kap zegt Harry, de rest van de vangst hebben we weer laten zwemmen dat was geen lekkere vis.

En Meester hoe zeilde de boot prima Kap al hoe wel de boot van de Havenmeester van Bornholm stukken beter is maar ik had hem prima in de hand. En de rest vertellen we wel tijdens de maaltijd we hebben het een en ander meegemaakt vandaag ik vind dat het een geslaagde dag was vandaag.

Mooi dan kunt u de boot achter aan de wal vastmaken Stuurman voor  hij van het schip word afgevaren.

Ja Kap dat komt voor elkaar.

Dan ga ik me nu maar eens verfrissen voor het diner zegt Farben tot ons en loopt naar de Salon. We brengen alle spullen van het dek naar beneden en gaan daar na naar de Mess om een biertje of borreltje voor het eten te drinken. Op de vraag van Harry of hij eerst even de boot naar achter moet brengen zegt de Stuur.

Laat hem nog maar even liggen Har de ouwe gaat toch binnen door naar de Mess dus die ziet toch niet dat hij nog niet verkast is.

Ben je soms bang dat die Kapt van die Duitser naar die boot gaat zoeken Stuur.

Er was toch niks loos ik voerde een perfecte manoeuvre op de zeilen uit en dat die vent zo gauw in paniek raakt moet hij weten.

Ja dat weet ik allemaal wel Meester, maar ik laat hem toch maar even aan de buitenkant liggen want aan ellende heb je niks. Kom dan gaan we een lekker biertje nemen en hij stapt de deur naar de Mess in terwijl we hem volgen.In de Mess zitten Jan en Andries met Farben  aan de tafel, Jan en Harry zitten met een flesje Tuborg en Farben zit van een glas rode wijn te nippen met zijn pink naar boven wijzend.

Ook een flesje Tuborg mannen vraagt de Stuur aan ons zeker weten Stuur zeg ik tegen hem. Zo genietend van ons drankje wachten wij op ons eten  en "Kapt Farben," op zijn diner zoals hij dat noemt, wat Tonny in de Kombuis aan het bereiden is.De Stuur vertelt Kapt Farben van de kleine windhoos en dat we van geluk mogen spreken dat hij ons gemist heeft.

Ja heren daar heb ik wel eens van gehoord die dingen ontwikkelen zich aan de boven kant van zo'n berg. En razen dan met geweld naar beneden alles op hun weg vernielend. Maar gelukkig bent u allen gespaard gebleven van het leed als hij de boot op zijn weg had gevonden, had het  er niet best voor u allen uitgezien. 

Ja dat mag u wel zeggen Kap we hebben wel in onze rats gezeten wat een geluid maakte dat ding zeg, en wij eerst  maar denken dat het een speedboot was die op ons af  kwam. Over mijn manoeuvre met de boot voor die Duitse Coaster over werd met geen woord door de mannen gerept, maar ik vond dat het mooiste moment van de dag. Wetend dat je het net zou halen om voor die Coaster over te zeilen. Wat de jongens niet wisten was dat ik twee kansen had, hoog aan de wind opdraaien om voor hem over te gaan, of als ik zag dat het niet lukte halve wind afvallen en er achter langs zeilen. Maar het had me een heerlijke kik gegeven en daar hou ik van. Net als in de machinekamer  mijn hand tussen de drijfriem en een draaiende pooly steken en hem er zo door heen laten draaien dat geeft me ook kik. [ Zoals ik jaren later na dit verhaal  de kik van mijn leven kreeg. Met Alize mijn lieve vrouwtje waren we met onze toercaravan op vakantie  in Frankrijk. We kwamen op  een camping vlak bij "Pont du Card,"  te staan een Romeinse waterbrug van zo,n zestig meter hoog liep daar over de Rhone. Die brug gingen mijn vrouwtje en ik natuurlijk bezoeken toen we daar aankwamen was er een groep Fransen, mannen en vrouwen aan het Bung djumpen van de "Pont du Card," af.  Zij sprongen van de bovenste water over gang af en bleven dan vijf meter boven de waterspiegel wat maar +- vijftig cm diep was op en neer stuiteren een machtig gezicht was dat. Ik klom met Alize langs een stenen trap naar boven, op de bovenste wateroverloop waren ze net bezig om een meisje in de elastieken te binden. Toen ze goed vast zat en de man die Alan heette die de leiding bleek te hebben  alles gecontroleerd heeft gaf hij het sein dat zij kon springen.  Ze liep naar de rand stond even stil en sprong met haar handen en benen wijd uitgespreid naar beneden. Gefascineerd keek ik haar val naar beneden na, en zag haar toen zij aan het eind van het elastiek  was meerdere malen op en neer stuiteren tot ze stil hing, de prikkels liepen over mijn hoofdhuid bij het zien daarvan. Alan kwam naar mij toe en zei dat het haar eerste sprong was geweest en vroeg of ik ook eens wilde springen. Ik zei hem dat ik dat wel zag zitten en de gedachte alleen al wond mij op. Twee mannen en vrouw kwamen op zijn teken met de bung djump spullen naar mij toe om die aan mij te bevestigen. Na dat zij klaar waren en om de beurt alles gecontroleerd hadden, deed Alan het nog een keer  zorgvuldig alles nakijkend over en hij zei dat ik mocht springen als ik er klaar voor was. Zo als een goede Fransman betaamd omhelsde hij mij en zei geniet van je eerste sprong Messsieur. Ik moest mijn armen en benen spreiden als ik sprong zei hij. En daar stond ik dan in de diepte te kijken en dacht nu of nooit en met een lang gerekte kreet stortte ik mij  de diepte in. Een niet te beschrijven gevoel is het als je zo vrij naar beneden raast!!! Plotseling kreeg ik een ruk en vloog weer naar boven en naar beneden de adreline gierde door me heen. Zo plotseling als het begonnen was hield de val ook weer op  vijf meter boven het water stil hangende voelde  ik dat ik langzaam naar het water oppervlak begon te zakken  waar na twee mannen mij van de djump elastieken af hielpen. En weer de omhelzingen, ook van de dame die voor mij sprong. Even later kwam Alize naar me toe gerend en viel om mijn nek en zei dat ze wel erg bang geweest was. Alan die na mij gesprongen was kwam mij en Alize de hand schudden en zei dat als ik weer een keer wou springen ik altijd welkom was en hij gaf me een kaartje met het adres van de club. Ik voelde me een heel ander mens na die sprong, Alize en ik liepen langs de Rone van de "Pont Du Card," weg en vonden een mooi plekje om te zwemmen. We lagen onze kleren op een piepklein strandje, buiten Alize en mijn persoontje was er geen mens te bekennen dood stil was het daar. We doken het water in en zwommen een poos in de ondiepe rivier waarvan het water heerlijk was. Daar na heb ik de sprong die me het gevoel van mijn leven gaf nog een keer,  het gevoel dan op het strandje over gedaan. Dus problemen met je libido ga bung djumpen zeker weten!

Hoofdstuk 4.

Na het eten ging ik de Machinekamer in om  een kijkje te nemen of alles goed verliep. Anton had het zelfde idee  gehad en was de dagtank aan het bij pompen. Het was een spannende dag meester alles met elkaar hebben we aardig wat avontuur gehad vandaag, het gebeurd maar zelden dat je twee keer op een dag denkt dat je laatste ogenblikken aan gebroken zijn.                  Voor jou en de jongens twee ogenblikken Anton voor mij was het er een, ik wist dat ik voor die coaster over kon. Nou ik vond het kantje boord Meester maar als jij het zegt zal het zo wel zijn maar de schrik zat er aardig in. Alleen niet met mij dacht ik zo Twee. Toon staat op de brug steeds naar achter de kade op te kijken of die Kapt van die Duitser niet aan komt Meester. Ik ga maar eens naar boven om te kijken wat hij uitspookt Twee  misschien kan ik hem gerust stellen. Ik kan me niet voorstellen dat jij nu daar de geschikte persoon ben Meester uit eindelijk ben jij de oorzaak van zijn misère. Dat zal wel mee vallen Twee de stuur doet wel of hij bang is maar in die Dancing op Bornholm was hij ook niet bepaald bang uitgevallen Ik ga de stalen trap op en stap via de deur  het dek op. Waar de Stuur over de verschansing hangt te kijken naar een Franse Coaster die ons voor bij vaart. Ik ga naast hem hangen en kijk naar de passerende Fransman. Het is een zwart  schip  van zo'n duizend ton schat ik, met de brug midscheeps. Francios- Dupont staat er in helblauwe letters op het voorschip, Als de brug op onze hoogte is zie ik een man in een vaal wat eens blauw geweest moet zijn uniform met drie gouden strepen op zijn mouw, met een glas wijn in zijn hand waar hij juist een slok uit neemt in de hoek van de brug staan terwijl de Loods met de roerganger staat te praten. Al drinkend verdwijnt de man vermoedelijk de Kapt en zijn mede brug genoten uit mijn gezicht veld. In de achterkuil is de bemanning bezig het ruim open te gooien,terwijl de kok die aan zijn  smoezelige kiel met een mutsje op dat eens wit geweest moet zijn herkenbaar is, en met een sigaret in zijn mond over de onderste deur van de Kombuis heen, naar werkzaamheden van de bemanning staat te kijken. Dan komt het achterschip met de vlag nou ja vlag je zag alleen een vuile blauwe baan en een halve smerige witte gerafelde baan en dat is hem dan De Franse vlag. Op de kont lees ik dat hij uit Marseile komt en dan verdwijnt hij uit ons gezichtveld door de Stuur en mij nagekeken. De werkboot ligt niet meer langszij die is zeker al aan de binnen kant tussen de kade en het achter schip verkast.Morgen is het Zondag Stuur daar ga ik een lekkere rustige dag van maken. Ja Tonny en ik ook Meester Tonny wil morgen de Stad in maar ze moet op tijd terug zijn om te koken dus dat word dan kort dag voor ons. Weet je wat jullie doen Stuur ga jij lekker met  Tonny op pad dan kook ik de pot wel en voor het middag eten zorg ik dan  ook. Dat zullen Tonny en ik ook,  je in dank af nemen Meester dan hebben we morgen alle tijd voor ons zelf. Wanneer ga  je meisje eens een keer mee Meester dan kunnen we eens kennis met haar maken. Ik heb haar  natuurlijk wel op de foto die in je kooi hangt gezien maar in levende lijve heb ik haar nog nooit gezien. Nou Stuur Anja hangt wel in mijn kooi maar haar laatste brieven waren wel wat lauw  ik denk niet dat het wat word tussen ons, ik vind dat niet zo erg want ik wilde er toch al een eind aan breien. Wat een rare uit drukking is dat Meester er een eind aan breien meer iets voor een vrouw lijkt me. Nou nee Stuur die uit drukking komt van de Visserij als je bezig was de netten te boeten en de schipper zag een vlek Haring op het echolood, de riep hij mannen brei er maar een eind aan we gaan uitzetten van daar die uitdrukking. Goede middag heren komt “Kapt Farben,” naast ons staan  zouden jullie twee van avond met de Tweede en uw charmante vrouw Stuurman  koffie en een aperitief bij mij willen komen drinken ik zou dan zeer vereerd zijn vraagt "Kapt Farben," aan ons. Ik zal het aan Tonny vragen Kap zegt de Stuur en ik zal de Tweede wel inlichten zeg ik. Dan ga ik eerst  maar bij de Tweede langs voor ik nog een stukje ga lezen. Hoe laat verwacht u ons zo,n beetje Kap om acht uur Meester schikt u dat, het zal wel lukken Kap. Als ik bij Anton in de hut kom ligt deze op zijn bed een boek te lezen van Old Shatterhand. Weet je dat die vent die dat boek geschreven heeft nooit in Amerika geweest is zeg ik tegen Anton. Het schijnt dat hij  al die boeken in de gevangenis geschreven heeft. Anders toch knap van hem gedaan vind ik het was een Duitser Karl May was zijn naam, die deze boeken schreef.  Ik vind het wel goede boeken Meester en zo te zien liggen alle delen in de boeken kist kan ik lekker voor uit met lezen. Ik zag tenminste ook Winnetou Opperhoofd der Apachen in de kist en die is ook van zijn hand want in al zijn boeken komt Winnetou wel een paar keer voor. Hij beschrijft  de bergen canons en valleien zo goed dat je het gevoel heb  er zelf in rond te dwalen,  je niet zou zeggen dat die man het verzint. Zeg Twee de Kapt vraagt of je van avond bij hem op de borrel wil komen daar  heb ik eigenlijk niet zo veel zin in Meester. Ik blijf liever liggen lezen maar als jullie ook gaan zal ik maar niet achter blijven.  Oké dat is dan afgesproken dan zie ik je vanavond ik duik mijn hut in en zoekt een leuk stukje muziek op mijn radiootje, en ga op mijn bed in een oude Revue liggen lezen. Tegen achten stap ik van mijn bed af en  pak een schoon hemd uit de la onder mijn bed . Het word het hel groene shirt met een patroon van stukken bamboe dat zal lekker af steken tegen Kapt Farbens kleding. Ik denk dat hij ons het liefst in een uniform ziet verschijnen al zegt hij dat niet openlijk. Ik trek een paar donkerblauwe sokken het hel groene shirt en een zwarte broek in de vouw geperst aan en schiet in mijn leren sloffen, en ik ben naar mijn mening gekleed voor het aperitief bij de Kapt. Nog even de haartjes die allen een cm hoog zijn in de spiegel geborsteld en kan ik  op weg naar de Salon van onze Gezagvoerder "Kapt Farben,". Ik klop op de Salon deur en ga naar binnen waar de Stuur en Tonny al aanwezig zijn. Goede avond Kap zeg ik tegen Farben ik heb wel zin in koffie, dat komt dan goed uit Meester  Mevrouw hier neemt wat de koffie betreft van avond de honneurs  waar, en hij knikte met zijn hoofd in de richting van Tonny die de koffiekan met kopjes en schoteltjes op tafel heeft gezet. In die tijd is Anton de Salon binnen gekomen en kunnen we aan de koffie. Wel Meester begint Farben tegen mij dus u vader is Kapt op een Vissersschip, nou Kap Kaptitein! dat heet bij ons op de visserij gewoon Schipper en een Machinist is een monteur en voor de rest geen poespas zeggen ze bij ons op Scheveningen. Doe maar gewoon zeggen ze bij ons dan ook doe je al gek genoeg. Wel mevrouw mijne heren begint Farben te spreken ik heb het idee nee ik weet het haast wel zeker dat u mij wat vreemd vind. Maar dat ligt denkelijk aan mijn opvoeding die ik genoten heb die o zo anders als de uwe was. Ik ging als jongeman van 12 jaar naar een internaat voor Jonkheren, en niet naar een school voor de gewone man. Mijn vader de "Graaf Du Farben van Gelre," zag mij al aan komen al had ik dat zelf gewild een gewone burgermansschool dat kon ik wel vergeten. Hij zei altijd en hij sprak graag Frans er werd thuis dan ook altijd verplicht Frans door ons gesproken, ook door het personeel. Qui mes Madam et Messieurs jadis s, etait toujours comme ca dans notre monde mon pere dit toujours "Farben van Gelre," gouvernera! [ vrij door mij vertaald beste mensen: Ja Mevrouw mijne heren zo ging dat vroeger in onze kringen, mijn vader zei altijd een "Farben van Gelre," zal regeren.] Op dat internaat zaten alleen Jongeheren en geen dames dat werd strikt gescheiden gehouden. Nu hadden we naast alle andere vakken ook onze Klassiekers, zoals "Hamlett," en "WILLIAM SHAKESPEARE," de uitspraak To by or noth the by van deze man zult u allen ongetwijfeld wel  eens gehoord hebben. En dat vak werd ons door een vroeg oude droge lerares genaamd Madame Yvette aan ons gegeven de enigste vrouw die op ons internaat aanwezig was Waar je zelfs als jongeman van 12 geen erotise  gedachten bij kreeg. Dus ieder jaar als de semesters geëindigd waren speelden wij Romeo en Jullia. Zij bedeelde mij  ieder jaar weer de rol van Romeo toe, en Jonkheer van Rietschoten tot overbeek, met zijn gezicht vol pukkels was Jullia. Kunt u zich dat voorstellen als ik met hem de balkon scène moest spelen walgelijk vond ik dat steeds weer. Dit zeggende staat Farben van zijn stoel op loopt naar de stoel van Tonny  knielt op een knie zittent voor haar neer. Strekt zijn rechterhand met zijn hand palm naar boven naar haar uit, en spreekt naar boven kijkend met sonore stem

O, spreek nog eens schitterende Engel

want zo zie ik u daar verschijnen boven mijn hoofd.

Als een gevleugelde boodschapper uit de hemel

waar stervelingen nauwelijks naar durven kijken.

O,Romeo, hoe kwam u hier en wie wees u de weg?.

O Julia de liefde wees mij de weg ik ben geen zeeman maar toch,

Als u ver van mij vandaan zou zijn verder dan de verste kust.

Dan nog zou ik mij op de wijde zee wagen om u te vinden.

                                                                                                                                                       

 O Romeo, O, Romeo, waarom ben je juist Romeo?

Verloochen je vader en weiger je naam ter wille van mij.

Of als je dat niet kunt, wees dan toch mijn eigen geliefde.

En ik zal niet langer een Capulet zijn!

                                                                                                                                                   

Na deze voordracht keert Farben naar zijn stoel terug Tonny met een rood hoofd achter latend, want die had nog nooit in haar leven een stuk uit de balkonscène van Shakespeare gezien of gehoord. Ieder jaar Mevrouw mijne heren was het spelen van Romeo en Jonkheer van Rietschoten tot Overbeek als Jullia een ware marteling voor mij. Als het stuk dan ook ten einde was en de hele Adel stond te applaudisseren, en wij maar buigen want dat moest dan van Madame Yvette. Zij stond dan met haar mager lijfje haar kleurloos piekhaar in een koddig staartje op haar hoofd gebonden, voor ons in de coulissen  buigend met  haar rechterarm voor haar platte borsten te demonstreren hoe we als heren  moesten buigen voor het Adellijke publiek, het een komies gezicht voor ons Jonkheren wat die vroeg oude taart in de coulissen  stond te doen, excuseer mij dat ik dit zeg een Heer behoord dat niet zeggen. Ik vond het heel mooi wat u aan mij voor droeg  zo wel sprekend en gevoelig die arme Julia toch Kapt, zegt Tonny dan tegen Farben ik vond seepier altijd al mooi. Ahum Mevrouw fijn dat uit u mond te horen misschien kunnen de Stuurman en u Charmant persoon eens een keer naar een uitvoering gaan van Romeo en Julia als u in Nederland ben, en het toevallig ergens opgevoerd word. Maar dan wel met Dames en Heren als Acteurs want dat Internaat gedoe verpeste het hele stuk van Romeo en Julia. Maar genoeg over de oude klassiekers gepraat we zullen nu maar eens wat gaan drinken. Wat zal het zijn Mevrouw ik heb nog een heerlijke  "Chateau Reebeijmont," uit 1947 voor u, hij zal hoe dan ook uw tong strelen. Nou graag Kapt zegt Tonny zal ik u even helpen. Heel graag mevrouw zegt Farben terwijl hij naar het buffet loopt. Als we allemaal van wijn, bier, en oude klare voorzien zijn komt Kapt Farben op zijn praatstoel. Ja Mevrouw mijne Heren begint hij te vertellen ik heb aan dat internaat veel herinneringen behouden. We hadden uiteraard ook muziek en deze lessen werden ons door de heer Jeremias Valon gegeven, ik volgde de lessen van deze zeer begaafde musicus met veel plezier. Daar genoot ik meer van als van de Klassiekers van Shakespeare, ik kan dan ook aardig met de viool overweg dank zij de Heer Valon onze muziek leraar. Onderwijl drinkt Farben flink van zijn "Pui du Tome," die hij besloten had te drinken in plaats van de "Chateau Reebeijmont," die Tonny drinkt want verschil moet er zijn volgens Farben. Menig uur vervolgt hij zijn verhaal bracht ik bij de Heer Valon door, om de technieken op de Viool te door gronden en het ging mij allengs beter af. En na twee jaar speelde ik Beethoven, Mozart, Vivaldi, En Helmut  Zagarias hij leerde mij ook de Fiedelmuziek van de Kolonisten uit het wilde Westen die noemden hun Violen Fiedels. Heerlijke uren vond ik dat deze muziek lessen vertelt hij terwijl hij steeds meer uit zijn glas drinkt  hij had er al vele achter zijn Adellijke kiezen gepropt wat je aan zijn spraak kan horen Want hij begint nog lijziger te praten dan hij gewoonlijk al doet. Hij doet zijn stropdas los en wist zich het zweet van zijn voorhoofd en ziet er na die handeling in eens niet zo gedistingeerd meer uit. Mevrouw mijne heren spreekt hij tot ons terwijl hij van zijn oude leren zetel op staat. Ik heb een verrassing voor u allen ik zal het even van beneden gaan halen. Pas u op dat u niet van de trap valt Kapt zegt Tonny bezorgt, die van de toch wel zware " Chateau Reebeijmont," die zij drinkt een hoog rode kleur op haar beide wangen heeft. Ik ben blij Mevrouw dat u zo bezorgd om mij ben. Ja om mij is ze niet zo bezorgt zegt de Stuur. Maar maak u niet ongerust ik ben zo met de verrassing terug . Schenk u allen gerust nog eens in en vergeet mij daar bij niet dan haal ik de verrassing even op. Tonny schenkt Farbens glas en het hare vol en geeft Anton, de Stuur en mij een koud Biertje. Ik ben benieuwd waar hij mee aan komt zeg ik tegen de aanwezigen in de Salon. Misschien houd hij beneden in zijn bed een grietje verborgen zegt de Stuur. Dat doet de Kapt niet zegt Tonny dan daar is hij veel te veel Heer voor.Laat die heren maar schuiven Tonny, Heren doen het ook hoor of dacht je dat die anders zijn dan? Misschien heeft Farbens vader hem wel gekocht in de plaatselijke levensmiddelen winkel bij het slot waar hij woonde zegt Anton. Als we zo aan het bomen zijn horen we Farben de trap op komen stommelen. Boven aan de trap gekomen loopt hij naar zijn stoel toe blijft staan zijn linker hand omhoog houdend met daarin een Viool en in  zijn naar voren gestrekte rechter hand de Strijkstok. Mevrouw mijne heren zegt hij de Viool tonende wel is waar is het geen Stradivarius maar toch een Viool met een goede zuivere klank. Dit zeggent duwt hij de Viool met een Theatraal gebaar onder zijn kin en strijkt licht met de strijkstok over de snaren. En even later horen we de tonen van een stuk van Vivaldi door de Salon klinken, terwijl Farben met gespannen starende blik in het niets de snaren van de viool met de strijkstok bespeeld. Na Vivaldi en een Sonate Alekro, alakro, adante van Mozart  valt de muziek stil.Ik begin te applaudisseren en de anderen doen mee terwijl Farben ons een genadig knikje geeft, we vonden het echt een mooi stukje muziek Kap zeg ik tegen hem dank u Meneer. Als de Heren even de stoelen op zij willen zetten zegt Farben dan, en drinkt zijn glas "Pui du Tome," in een teug leeg en schenkt het met een weer vol. Als de stoelen aan kant staan zegt Farben Mevrouw mijne Heren de dansvloer op alstublieft. Dit zeggende begint hij op zijn Viool te fiedelen ja Mevrouw en mijne heren wat ik nu ga spelen is heel wat anders dan de Klassieke muziek van zo net. Ik zeg u de danspassen voor zegt Farben. En terwijl hij zijn Viool hoge klanken laat voort brengen stampt hij met zijn rechter voet op het Salon dek, danst van rechts naar links en van achter en naar voor, terwijl zijn bovenlijf naar beneden en naar boven beweegt begint hij met sonore stem te spreken. Met het rechterbeen schuin rechts naar voor, met het linkerbeen schuin links naar voor en terug. De handen gebogen naast de zijde en een stap naar voor en een stap naar achter ten lange leste kunnen we op de aanwijzingen van Farben aardig lijndansen zoals dat in het wilde Westen van vroeger en nu nog gedanst wordt. Na verloop van tijd gaat de Stuur  zitten en drinkt zijn flesje bier klokkend leeg en ik volg snel zijn voorbeeld. Tonny en Anton blijven nog even staan dansen en stoppen er zwaar bezweet ook mee want lijndansen is een zware bezigheid hebben wij in de gaten. "Kapt Farben," haalt zijn Viool onder zijn kin vandaan pakt zijn glas wijn en drinkt het met kleine teugjes met zijn karakteristieke houding met de pink omhoog leeg. Zet zijn Viool weer onder zijn kin en speelt vol overgave  een stuk van "Helmut Zagarias," wat hij heel goed ten gehore brengt maakt na dat hij uitgespeeld is een lichte buiging, en legt zijn Viool  op tafel. Als hij in zijn stoel zit zeg ik dat hij heel mooi gespeeld heeft en dat we van zijn spel genoten hebben. En dat meneer Valon zijn tijd niet aan hem verspild heeft op dat internaat. Wanneer gaan we op weg naar Antwerpen Kap vraag ik hem op een ander onderwerp overstappend.  Woensdag in de loop van de dag zijn we klaar Meester o dan moeten we dinsdag Diesel en water tanken zeg ik voor ze aan de deklast beginnen. Is de tank waar water in zat al klaar Meester  wat was de oorzaak eigenlijk. Er zat een gat in de ontluchting pijp aan het dek maar dat hebben Anton en ik al gerepareerd. Oké Meester dan tanken we Maandag water en diesel om half twee breken we op en gaan we op de kooi aan. Die Maandagmorgen laat ik Anton eerst de dekmotoren nakijken voor ze door de deklast van mijnstutten ingebouwd zijn. We zitten net aan de koffie als de tankwagen van de olie man langszij komt rijden. Blijf jij maar zitten Anton dan maak ik de vuldoppen wel los en help de olieboer wel even met tanken. En ik ga het achterdek op de achterkuil in waar de vulpijpen zitten en draait de vuldoppen los. Terwijl de man de slang van de trommel aftrekt zegt hij dat het toch maar mooi weer is. Ik zeg dat we het slechter hadden kunnen treffen en neem de slang van hem aan en duwt het vulpistool in het tankgat. De olie man zet de pomp aan en we krijgen weer volle tanks met de brood nodige diesel. Als we afgetankt zijn teken ik de bon en vertrekt de olieboer naar zijn volgende klant terwijl ik de tanks  afsluit en  weer  naar de koffie terug ga.Donderdag laat in de middag vertrekken we uit Karlstad op weg naar Antwerpen. Na een rustige reis wonder wel eens zonder problemen varen we de Westerschelde op het laatste stukje naar Antwerpen. Kunnen we weer eens gezellig gaan stappen. Ik heb wacht te kooi dus hang ik uit het raam van de brug naar de wal te kijken.We varen in het nauw v Bath met aan bakboord Rilland Bath de Stuur is met de jongens op de deklast bezig de sjorringen los te maken terwijl Kapt Farben die aan het roer staat op de brug met de loods staat te praten. Als de Stuur en de Boys,s  bij het voorruim komen moet de werkboot die daar ligt een stukje omhoog zo dat ze ook bij de onder de boot door lopende sjorringen kunnen komen Dus de dekmotor moet worden gestart om de boom om hoog te halen. De Stuur pakt de slinger uit de motorkast en steekt hem in de zijkant van de motorkast er is nog net een plekje vrij in de deklast gelaten om de slinger rond te draaien. De Stuur draait de slinger driftig in het rond maar de motor heeft geen zin om tot leven te komen na het tig keer geprobeerd te hebben zonder dat het hem lukt. Roept hij naar mij dat rot ding wil niet starten Meester dus doe jij het even voor mij.  Ik ga naar beneden de deklast op naar de onwillige motor toe. Nou Meester zegt de Stuur de hele reis van Karl Stad niks loos geweest en nu heeft de dame weer kuren. Och Stuur een motor wil wel eens meer niet starten hoor dat komt in de beste families voor. Ik ga achter de slinger staan en druk de inlaat klep open en draai de slinger een paar keer rond. Dan geef ik de slinger een flinke gang en laat de klep los de motor begint te hoesten en gaat steeds sneller draaien. Ik wil de slinger  uit de as trekken maar dat lukt me niet hij snort als een propeller in het rond. Ik duik achter de motor weg maar aangezien het maar een klein gat is waar ik in sta kan ik geen kant op. Plotseling hoor ik een klap en voel een felle pijn in mijn rechterarm en zijde. Het word bruin en dan zwart te gelijk voor mijn ogen, Daarna zie ik een witte nevel en komt er in die nevel een witte Engel kompleet met vleugels te voorschijn. En ik denk ik ben in de hemel gezien de Engel in mijn blikveld de Engel word steeds duidelijker en begint te spreken van  amai ge zijt weer terug  op aarde gekommen zunne. En ik zie een non staan in een wit habijt met een witte kap met van die vleugels er aan. Maar voor die non staat een verpleegster met een leuk donker kopje haar met een fijn besneden gezicht die mij met haar licht grijze ogen aan kijkt, en die heeft tot mij gesproken niet de Engel waar ik de non voor aan zag en weet ik dat de Hemel gelukkig nog even op mij zal moeten wachten. Alize zo stelt het knappe verpleegstertje zich voor ze vertelt dat ik twee dagen buiten bewustzijn ben geweest, en dat ik twee gekneusde ribben een gebroken arm met een hoofdwond heb. Dat ik in het St Josef Hospitaal in Antwerpen ligt en dat een paar collega,s van me met ongeduld zitten te wachten om mij te mogen bezoeken. Als Alize  me wat gewassen en gefatsoeneerd heeft komt de hele stoet naar binnen gewandeld.  Kon je het weer niet laten ons rot te laten schrikken vraagt de Stuur die als eerste aan mijn bed staat. Nou Stuur zegt Harry  hij kon er anders ook niks aan doen hoor hij kon geen kant op in dat gat, als die motor gestart was toen jij het probeerde dan lag jij nou hier en niet de Meester. Goh Stuur  wat een toestand is me dat, wat is er eigenlijk precies gebeurd vraag ik aan de Stuur.  Nou Meester toen die slinger als een propeller in het rond snorde, probeerde je de dekmotor te stoppen. Je bukte voorover om bij de regulateur te komen en op dat moment vloog de slinger los, ketste tegen het dekhuis vloog terug en sloeg tegen je rechter arm en zij. Door die klap sloeg je  met je hoofd tegen de dekkast en bleef je buiten westen liggen. Farben heeft gelijk de wal gebeld en je was al heel snel van boord met de Politie boot. Maar je heb een harde kop Meester je overleeft het wel zo als we allemaal kunnen zien. Farben komt je morgen bezoeken moest ik van hem zeggen en wenst je alvast beterschap toe moest ik door geven. Na een half uur komt zuster Alize binnen, en vraagt of het bezoek wil vertrekken en ze schud mijn kussen op en lacht naar mij op een manier dat ik de vlinders in mijn buik voel fladderen. Ik wil net iets tegen haar gaan zeggen als er een Dokter binnen komt om naar mijn hoofd wond kijken. Als hij daar mee klaar is zegt hij nou meneer het ziet er goed uit als het zo door gaat bent u  hier snel weer uit. Bedankt dok het kan me niet snel genoeg gaan ik heb alleen een beetje kop pijn maar dat zal wel door de klap komen. Ja dat kan best Meneer maar u heeft geen hersenschudding volgens ons. s,Avonds eet ik als een uit gehongerde beer wat logisch is ik had in twee dagen niets gegeten en aan mijn maag mankeert zeker niets. Naast me ligt natuurlijk een Belg die probeert een gesprek met me te beginnen ik schat hem zo,n zestig jaar oud. Tijdens het eten wat  zuster Alize op zijn bed tafeltje gezet had doet hij zijn gebit uit zijn mond en lacht naar me. Als ik in dat tandeloze rode gat kijkt neemt hij het gebit wat hij nog in zijn hand houd, kijkt er naar en begint het af te likken ik ga haast over mijn nek gatverdamme, tjezes wat smerig. Ik bel voor de zuster en als ze komt vraag ik of ze het gordijn om mijn bed wil sluiten zo dat ik die vent niet meer zie eten, nou ja eten! Als ze het gordijn gesloten heeft zie ik die vent tenminste niet meer eten maar ik hoor hem nog wel. Slurp, slurp, tjup, tjup, tjesss susss hoor ik maar ja dat moet ik maar voor lief nemen ik kan moeilijk ook nog om oordoppen vragen En ik geniet van mijn maaltijd na twee dagen niks gegeten te hebben. Na het eten het gordijn is inmiddels weer open begint de Belg tegen mij te spreken Of ik ene Ollander ben  ja ik ben ene Olander amai hij was ene Belg zunne Oei, oei, is dat zo vraag ik. Allez zegt hij dat kunt ge toch wel oren zunne, of was mijne kop nog nie goe amai hebbe ge kopsmart manneke, zal Rafke subiet voor ene pilleke voor oe bellen. Ja zeg ik tegen hem ik heb koppijn maar ik krijg zo dadelijk een pilletje van de zuster en ik draai me om en ga met m,n rug naar hem toe liggen ten teken dat wat mij betreft het gesprek afgelopen is. De andere dag het bezoek uur was van twee tot half vier zit ik te wachten op Kapt Farben die op bezoek zou komen. Ik zit met een hele rits kussens achter mijn rug die zuster Alize daar geduwd heeft  naar de deur van de zaal te kijken.  En daar staat hij in de deur opening naar mij te kijken "Kapt Farben," Hij geeft een blik van herkenning en loopt op mijn bed af. Goedemiddag Meneer hoe gaat het met u het ziet er al beter met u uit ,als toen u door de Waterpolitie van boord werd gehaald wat ben ik geschrokken van dat ongeluk met die dekmotor. Ik voel me al een stuk beter Kap volgens de dokter viel het wel mee ik moet nog ongeveer veertien dagen hier blijven zegt hij. Daar wil ik het net met u over hebben Meneer we varen over zes dagen met een lading stukgoed naar Genua. Ik heb Gruno gebeld en die zouden een andere tweede Meester sturen en dan word de tweede 1e Wtk. De Kapt eigenaar komt na deze reis ook weer op zijn schip terug,dus moet ik net als u ook plaats maken. Ik ga hierna de grote vaart weer op daar ben ik toch geschikter voor en ik krijg weer een bediende tot mijn beschikking, wat voor een "Farben du Gelre," aangenamer is het zal mijn opvoeding wel zijn denk ik zo.Ik zal natuurlijk nooit de tijd dat ik met u allen gevaren heb vergeten, en ik zal hoe dan ook het als een leerzame tijd wat de mens in u allen betreft  beschouwen.Want dat de grote Shakespeare tot seepier verwoord werd had ik nog nooit gehoord. Maar toch denk ik met respect aan deze uitspraak door een uwer ge uit terug en weet ik dat er nog andere respectabele mensen zijn dan alleen de Adel. Mijn gesprekken over de klassiekers met u vond ik altijd heel leerzaam u wist dat er meer was van Shakespeare dan De Balkonscène van Romeo en Julia, ook over “De koopman van Venetië,”  “Koning Lear, ” “Macbeth,” en nog vele anderen  wist u veel.  U was de Meester maar als u aan het roer stond omdat u dat zo graag deed zoals u dan zei dan dacht ik dat heeft hij meer gedaan.Dus Meneer ik wens u het allerbeste in u verdere loopbaan toe ik zal u hierna wel nooit meer zien of u zou de grote schepen op moeten gaan maar dat zal u kennende wel nooit gebeuren. Hij geeft me zijn hand  en zegt word u maar gauw weer beter en u ziet het maar de dame Henny-D heeft u ook niet klein gekregen al had dat maar weinig gescheeld. En na deze laatste woorden verdwijnt "Graaf du Farben van Gelre," of te wel "Kapt Farben, door de deur van de zaal  zonder nog een blik naar achter te werpen mijn leven uit.

                                                                                                                              Shark

 

 Hoofdstuk 6

                                                                                                                                             

                                                           , Wonen op Kot bij Alize,”                                         

 Ik zak onder uit en denk na over de tijd dat ik met deze wonderlijke man gevaren heb zo,niemand maak je maar een keer in je leven mee en ik zal dat nooit vergeten de tijd op de Henny- D en haar Gezagvoerder zoals hij zelf altijd zei want ondanks dat hij voor het zeeman leven gekozen had kon hij ook niet vergeten dat hij ”Graaf du Farben van Gelre,” was maar dat was nou eenmaal zijn op voeding die hij genoten had.

Met etenstijd bracht zuster Cecilia het nonnetje die ik met Alize samen voor het eerst ontmoete mijn eten.

Ik vraag haar waar Alize is “ze heeft van nacht nachtdienst en dan zal je haar wel zien zegt ze” en glimlacht zo als een nonnetje glimlachen kan naar mij.

“Eet u bordje maar smakelijk leeg meneer” zegt ze

”Wil u dan wel alstublieft het gordijn rond mijn bed sluiten zuster want die man naast mij zien eten is nou geen waar genoegen dat kan ik u wel verzekeren.”

“Dat zal ik voor u doen meneer” zegt ze en ze ritst het gordijn om mijn bed heen.

“Maar vergeet u niet dat we allemaal kinderen God,s zijn ook ons Rafke meneer.”

“Dat kan wel zo zijn zuster maar onze Lieve Heer vraagt ons Rafke ook niet bij hem te komen eten.” Als het bezoekers tijd is komen de Stuur en Tonny met Jan de zaal binnen.

“Hallo Meester, groet Tonny hoe gaat het er nou mee?” Vraagt ze me een dikke pakkerd gevend.

“Ik voel me prima Tonny maar ik moet voor de zekerheid een dag of veertien hier blijven zegt de Dokter, maar dat zal wel lukken met dat lieve verpleegstertje Alize.”

“O Meester je ben verliefd op zuster Alize beken het nou maar.”

“Zeker weten Ton maar het zal wel niet wederkerig zijn.”

“Kop op Meester zo als ze naar je kijkt weet je maar nooit.”

“Je zal het wel van Farben gehoord hebben Meester zegt de Stuur dat het jouw laatste reis was, en dat Anton eerste word hij is zo trots als een pauw. En om dat het ook Farbens laatste reis word gaan Tonny en ik ook van de Henny-D af, want dan komt de ouwe Kapt weer terug en dan wil ik weg zijn.”

“Ja zo is het in het leven nou eenmaal Stuur  we komen en gaan en meestal zie je elkaar nooit weer terug. Als ik hier uit ben ga ik eerst maar eens naar dat huis in Spanje kijken waar ik het in Karl Stad met je over had en blijf daar een week of zes.”

“Ik zou wat graag met je mee willen Meester maar ja Toon is zo jaloers hè” zegt Tonny.

“Jij heb het dan weer veel te druk met je Kroeg Tonny”

“ja dat is zo meester zegt ze, me een briefje in de mijn hand drukkend. Hier  Meester hier heb je het adres van Toon en mij beloof me, en echt doen hoor om eens een keertje langs te komen om gezellig bij te kletsen wat je zo al in Spanje uit gevreten heb.”

“Dat beloof ik Tonny” en dan gaat het belletje ten teken dat het bezoek is afgelopen

“Nou Meester zegt de Stuur en hij geeft me een hand doe wat Tonny je gevraagd heb en word maar gauw weer beter. Ik vind het tof bij je gevaren te hebben.

“Eens gelijk Stuur en jij ook Tonny en ook jij Jan” zeg ik ze alle drie een hand gevend.

Bij de deur draait Tonny die als laatste de zaal verlaat zich om zwaait, en werpt een hand kus naar me, en is dan ook verdwenen. Vlak daar op komt zuster Cecilia met de koffiekar binnen.

“koffie zeker vraagt ze?”

“Graag zuster en alleen met melk er in alstublieft.” Ik pak mijn koffie met een boek en ga liggen lezen. Terwijl Rafke naar me ligt te loeren maar hij probeert gelukkig geen gesprek meer met me aan te knopen want dat is zo vermoeiend met iemand die je slecht kan verstaan. Om een uur of elf ligt iedereen op de zaal te slapen, en Rafke ligt met zijn mond zonder gebit luid te snurken. Die vent maakt ook met alles wat hij doet geluid, en dat klinkt verre van prettig. Plotseling hoor ik een dof plop geluid en zie Rafke op springen terwijl hij woest om zich heen kijkt, zijn hand in zijn nek houdend. Zijn woeste blik blijft op mij rusten vermoedelijk om dat het licht boven mijn bed nog brand, en ik een boek in mijn handen heb.

“Daar zult ge spijt van krijgen zunne brult hij naar mij wijzend, ge zult verschieten manneke als ik met oe gedaan heb.”

In tussen komt zuster Alize de zaal binnen omdat Rafke met zijn andere hand de bel in zijn hand houd, en daar constant op blijft drukken. Ze pakt de bel uit Rafke,s hand “amai Rafke wat zijt gij aan het doen mannek

‘Hij was het zegt hij naar mij wijzend dieėn Olander eb ene peerke in mijne hals egooid. En hij laat zuster Alize een groen witte smurrie in zijn hand zien die hij uit zijn nek heeft gehaald.

 “Amai Rafke ge kan dat toch nie zeker weten zunne hebbe gij hem dat zien doen?” “Neeje zegt Rafke maar hij is een Ollander zunne en hij slaap nie.”

“Wel ik zal uwe hals kuisen en dan gaat ge rap terug slapen zunne,” zegt zuster Alize tegen hem, en ze begint  Rafke,s nek schoon te maken.

Als ze klaar is zegt “allez rap onder de wol en slapen,” als Rafke hierna onder zijn deken ligt en kwaad naar me ligt te loeren. Zeg ik “sorry Rafke ik was het echt niet ik heb nog niet eens fruit op mijn kastje staan.” Hij zegt niks terug maar draait zich kwaad naar mij kijkend om, en ligt tien minuten later het zelfde geluid te produceren als daar voor. Zuster Alize komt naar mijn bed toe en legt haar hand op mij voorhoofd en de andere hand in mijn nek. Wat een heerlijk gevoel haar warme hand op mijn hoofd en nek te voelen. “En hoe gaat het met u meneer?”

“Met mij gaat het goed zuster met een zachte blik in haar ogen kijkt ze me aan.  Ik krijg een wee gevoel in mijn maag, het is dat ik in bed lig anders zouden mijn knieën gaan knikken. Ze slikt een paar maal en likt haar lippen, en dan zegt ze “o manneke ik zie ge zo gere.”

“O Alize meisje toch prevel ik, ik jouw ook meisje van me,”  haar gezicht met beide handen beetpakkend, en ik kust haar vol op de mond.

“Amai ik moet nu rap weg Leen mijn lief  maar als ik gedaan heb kom ik rap naar u terug.” Ze  geeft me nog een stevige kus en verlaat de zaal, me in de zevende hemel achter latend.

“Allez manneke ik zal et ooft nonneke verwittige zunne dan zult ge morgen verschieten, “ zegt Rafke tegen mij. Die het hele tafereel tussen Alize en mij heeft liggen afloeren.

“Gij doe maar Rafke zeg ik tegen hem met mij krijgt gij gene ambras zunne,” zeg ik tegen hem. Om een uur of drie maakt Alize me met een kus wakker “ik voor ene tijdje gedaan” zegt ze me stevig beet pakkend.

”Woon je in Antwerpen Alize?”

“Nee lieveke ik zit op kot in Lier daar woon ik erg Schoon zunne, ik kijk op het stadhuis uit en het is daar erg gezellig. Als je hier uit mag moet u een poosje maar liever voor altijd bij mij op Kot komen wonen voor ge weer de zee op gaat.”

“Dat doe ik zeker schatje dan kunnen we samen gezellig uit gaan in Lier, maar hoe zullen je ouders dat vinden. “

“Of ze het goed vinden of niet sjoeke dat veranderd toch niks aan ons beiden, ik zie u gere en daar mee is het gedaan. Maar mijn Vokke is een lieve man, en mijn Moeke is wel wat snibbig maar toch ook erg lief ze zullen je wel aardig vinden.”

Na zeven dagen heb ik het voor elkaar dat ik het St Jozef Hospitaal kan verlaten. Ik voel me dan ook goed in mijn vel steken, wat natuurlijk ook door Alize komt.  s, Middags neem ik afscheid van de patiënten in de zaal, ook van Rafke. Schoon geboend zit hij in zijn bed, ik geef hem een hand en kijkt in zijn pafferig gezicht met rode wangen. Nou gedag hė Rafke de groeten en dat ge maar gauw mag genezen van oewe kwaal” zeg ik tegen hem.

“Amai manneke zegt hij me met zijn glinster oogjes aan kijkend, ge zijt een toffe gij, en verescuseer mijne kwaje gedacht tegen oe hè.”

“Doe ik Rafke en gegroet dan maar hè het beste met u.”

 Samen met Alize loop ik naar de zusterpost en stappen naar binnen, waar zuster Cecilia bezig is haar rapporten te schrijven. Ik geef haar een hand en bedank haar voor de goede zorgen.

“Graag gedaan manneke zegt ze, en als ik me niet vergis zal ik u in de toekomst wel meer ontmoeten het aller beste met u.”

Alize en ik lopen samen naar buiten op de bus halte toe waar de bus stopt die ons naar Lier zal brengen waar zij woont.

“Nou lieveke zeg ik tegen haar dit is dan het begin van ons samen zijn, en ik hoop met heel mijn hart dat het heel heel lang mag duren” en ik druk haar heftig als of ik haar nooit meer wil loslaten, tegen me aan. Als onze bus bij de halte stopt stappen we in en gaan op de achterbank zitten waar we alleen nog oog voor elkaar  hebben. Na 20 min stappen we in Lier voor het stadhuis uit. Ik zie dat Alize niet heeft over dreven het is een prachtig Stadhuis, en alle andere gebouwen zijn even zo. Als we naar haar woning op Kot zo als zij dat noemt wandelen geniet ik van de gezelligheid die op het plein heerst. We komen bij een deur die ze met haar sleutel opent. We stappen een hal binnen waar twee deuren van de beneden huizen, de lift en de trap naar boven op uit komen.

Als we de lift in stappen vraagt ze, “druk is op drie lieveke?” Terwijl ze in haar tas zoekt en “awel daar is hij” zegt  een andere sleutelbos aan mij tonend.

“Van de deur van het Kot verklaart ze.”

Als de lift met een stoot boven gekomen stopt, zegt ze, “dat stoten komt om dat het een mechanisch lift is sjoeke, de lift  uit stappende, lopen we op een deur recht tegen over de lift af.

Alize opent de deur doet een stap op zij en zegt, “ga uw gang schatje het is van zelf nu ook uw Kot.” Ik stapt de hal binnen, en zie vier deuren allen van donker eiken, de woonkamer, de twee slaapkamers de keuken alles is van eiken.

“Een mooi Kot schatje zeg ik tegen haar, en dat uitzicht erg mooi hoor” zeg ik tegen haar, als ik op de bank voor het raam ga zitten waar je een prachtig uitzicht op het plein heb.

Alize komt naast me zitten en nestelt zich dicht tegen mij aan, “wat wil ge straks eten m,n lieveke van mij,” vraagt ze.

“Kies jij maar schatje je zal best wat lekkers kunnen verzinnen vermoed ik,” en ik kus haar schattige neusje.

“Dan maak ik patatten met een biefstukske, en boonkes, en gij moogt ijs toe mijn lief.”

Even later hoor ik haar in de keuken in de weer en zit ik van de gezellige drukte op het plein te genieten. Voor het Stadhuis staan twee open koetsen met koetsiers met een hoge grijze  hoed met een rode band op hun hoofd  te wachten. Op toeristen die een ritje met de Koets door de het Stadje willen maken.

“Als ik je ergens mee moet helpen moet je het zeggen hoor schat” roep ik naar de keuken?

“Geniet gij maar van het schoon uit zicht schatje ik red mij wel” roept ze. Even later komt ze neuriënt binnen, en begint de tafel te dekken. Als ze daar mee klaar is gaat ze weer naar de keuken terug en hoor ik haar met pannen rammelen. Komt  de kamer in en pakt een Kandelaar met zes armen van de daar staande kast. En zet hem in het midden van de tafel die ze feestelijk gedekt heeft.

Ze kijkt naar me en zegt, dat is voor ons eerste etentje samen schat o ik zie  u zo gere!”

“Ik jou ook lieveke” zeg ik tegen haar.

Als ze  weer in de keuken bezig is roept ze “wil gij de kaarsen in de kandelaar steken lieve ze liggen in de linker la van de kast, en wilt gij de flesaftrekker pakken die er neffen ligt dan kunt ge de wijn sefkens open maken.”

“Natuurlijk wil ik dat voor je doen schatje” roep ik terug en ga naar de kaarsen in de la op zoek. Ik pak zes stuks uit de doos die in de la staat en steekt ze in de Kandelaar. Terwijl de heerlijke geur van gebakken biefstuk door de kamer begint te glijden.

“We gaan zo eten schatje” zegt Alize de keuken uitkomende, ge kunt de kaarsen aansteken en de wijn open maken.” Zegt ze steekt me een doosje lucifers toe stekend.

Ik trek eerst de kaarsen lonten wat omhoog  steekt ze aan, en trekt dan de fles wijn open.  Waarna ik naar de keuken ga om Alize te helpen met opdienen. Als we tegen over elkaar van het eten zitten te genieten,  is er op dat moment geen gelukkiger man dan ik.  Na het dessert, ijs met gevarieerde vruchten naar binnen gewerkt te hebben zeg ik,  “zo lekker heb ik nog nooit gegeten schatje”

Alize staat op en zegt we ruimen snel af en zetten de afwas weg die doen we morgen wel.

“Dat doe ik morgen wel schat als je naar je werk ben.”

Amai ik ben morgen ook vrij schatje zegt ze, ik kreeg zo maar een vrije dag van zuster Cecilia om dat ze jou zo,n lieveke vind zei ze. En ik kan je verzekeren dat een nonneke dat niet rap zegt zunne.”

Als  we klaar zijn met de vuile vaat in de keuken te zetten, en de tafel afgedekt is komt Alize met de koffie binnen die ze tijdens het afruimen gezet heeft.  Komt  naast me op de bank zitten en schenkt voor ons beiden in. Als de bel gaat “amai dieèn zijn rap” zegt Alize.

“Wie” vraag ik.

“Ons Vokke en Moeke zegt ze.”

“Verwachte je ze dan schatje.”

“Ja dat wel maar nie zo rap zunne.”

Ze loopt naar de deur om open te doen ik hoor stemmen in de hal de Familie is zich aan het op maken mij te ontmoeten. Als de deur open gaat sta ik op en komt Alize,s Vader gevolgd door haar Moeder, gevolgd door Alize de kamer binnen.

Alize,s Vader stapt op mij af  zijn hand naar mij uit stekend “Sjef zegt hij aangenaam kennis met u te maken, hoe gaat het met u, gaat het al wat beter na die klap met die slinger van dat moteurke.”

Sharkzeg ik ook  aangenaam kennis te maken met mij gaat het gelukkig een stuk beter ik voel me tenminste weer de oude.”

“Dag Meneer zegt Alize,s Moeder terwijl ze mijn hand schud Leah is de naam Alize,s Moeke.”

“Ook met u prettig kennis te maken Leah zeg ik tegen haar u lijkt sprekend op uw Dochter vind ik.”

“Zet u” zeg Alize tegen haar ouders terwijl ze naar de keuken loopt om  koffie voor hen in te schenken. 

“Dus u ben ene Zeeman Leen, vraagt Sjef aan mij, ik heb namelijk nog nooit gevaren mijn Familie boert over het algemeen.”

“Landrotten dus Sjef zeg ik tegen hem maar die moeten er ook zijn want we moeten ook eten niet waar.”

“Gaat u Ons Alize mee op u boot of naar Holland toe mee nemen Shark?” vraagt Leah.

“Nou nee Leah maar ik weet natuurlijk niet wat ze zelf wil misschien wil ze wel met mij mee varen maar dat is haar eigen keus lijkt mij. En als ze in België wil blijven wonen vind ik dat ook best hoor, dan blijf ik bij haar op Kot waar mijn huis staat is mijn Vaderland zeg ik altijd.”

“Maar een vrouw kan toch niet op zo,n schip varen met al die mannen Shark?”vraagt ze.

“Ja wel hoor Leah er varen veel vrouwen met hun man mee voor al op de Coastvaart, en een Zeeman is geen Barbaar hoor Leah dat zijn ook gewone mensen net zo als ze op de wal zijn.

“Oei ik moet er niet aan denken zunne ons Alize op zo,n schip.”

“Nou zo ver is het nog lang niet Leah dat zal de toekomst wel uit maken.”

Onder tussen kom Alize met de koffie binnen en zet het op het tafeltje neer, gaat naar de keuken terug,  en komt met twee glazen borden met een vlaai er op terug.Even later zitten we met een stuk vlaai en een kop koffie op onze schoot heerlijk te smullen,en praten over alles en niks nog wat. 

“Wanneer vertrekt u weer naar zee Shark?” vraagt Sjef.

“Ik blijf eerst nog veertien dagen bij Alize Sjef, en dan hoor ik wel welke Coaster ik krijg als ik naar Holland toe bel. Maar ik blijf wel bij Alize hier in Lier op Kot wonen want ik hou nou een maal van haar, en hoop eens met haar tekunnen trouwen.

“Ja ja zegt Sjef ge zegt het Shark kom u eens een dezer dagen bij ons langs dan kunt ge bij ons eten en slapen dan kunnen we u wat mooie dingen laten zien in de omgeving.”

“En door de Familie gekeurd worden of ge wel goed genoeg zijt” zegt Alize.

“Nou nee zegt Sjef op zijn stoel draaiend dat bedoel ik nie.””

“”Het geeft niet hoor Sjef zeg ik, ik kom graag met Alize samen naar jullie toe dat lijkt mij wel gezellig kan ik gelijk met de rest van de Familie kennis maken. Dat moet er toch eens van komen. En Leah wat denk jij er van? vraag ik.”Het is al goe  Shark dan kan ik wat lekkers voor u koken. En natuurlijk ook voor de rest van de Familie.

“Dat weet ik wel zeker Leah, want Alize zal dat lekkere koken wel van u geleerd hebben.”

“Wie nog koffie vraagt Alize” en begint mijn kop vol te schenken. Als iedereen zijn kop met koffie heeft, staat Sjef op van zijn stoel pakt het mes dat naast de vlaaien ligt van het bord en snijd zich tot mijn verbazing een groot stuk af. Gaat zitten en begint het smakelijk op te eten, zo ook Leah en Alize dat doen. Kom daar in Holland eens om ten eerste een stuk taart zelf af te snijden  bij degene wie je op visite bent. Maar ook bij de tweede kop koffie nog zo,n stuk pakken en op eten. Over cultuur verschil zo vlak over de grens gesproken. Want toen ik later  met Alize getrouwd was hoorde ik van haar dat het bij de Belgen volkomen normaal was.Na de koffie ruimen Alize en haar Moeder de koffie vaat van tafel en brengen het naar de keuken.

“En vraagt Alize wat we willen jullie drinken?”

“Awel geef mij maar een Pintje Meske zegt Sjef.”

“En Moeke gij een limonaat zeker vraagt Alize?”

“Ja dat is goed meske.”

“Geef mij maar een Pilsje schat, en zal ik je even helpen het naar binnen te dragen?” En ik loop met haar mee de keuken in waar ik haar een flinke pakkerd geeft. De avond gaat snel voor bij met een praatje en een pintje, al kan ik Sjef, Leah en Alize meestal niet volgen als ze in het Vlaams tegen elkaar zitten te praten.

Als het over twaalf is staat Leah op en vraagt “ want denk gij er van zullen we gaan Sjef.”

“Ja dat is goe zegt Sjef, maar nog efkens mijn Pintje hè het nog nie leeg zunne”zegt hij, zijn Pintje omhoog houdend.

Leah gaat naar het halletje en komt met de jassen terug terwijl Sjef zijn pintje in een teug leeg drinkt. Na het afscheid en de verzekering gegeven te hebben de volgende Zaterdag en een ook nog een stuk zondag op visite te komen. Zitten Alize en ik op de bank over de voorbije avond na te praten.

Amai ik had ze wel verwacht maar niet zo rap schatje zegt ze.

“Och schatje ze waren nieuws gierig en wilden natuurlijk weten wie de man is  waar hun dochter nu verkering mee heeft. Want vergeet niet in hun ogen ben ik  een Hollander voor hun, en je weet dat  vinden veel Belgiese ouders niet zo

geslaagd als hun dat zou overkomen.”

Het hebben veertien heerlijke dagen samen Alize en ik. We komen nauwelijks het bed uit alleen om te eten drinken en in bad te zitten. En we besluiten over twee maanden te gaan trouwen. De hele Familie van Alize hebben we afgesjouwd, en we zijn veel naar Alize haar ouders geweest ze erg waren aardig dat wel. Maar als we er waren kon je voelen dat ze er niet helemaal content bij waren die verkering van hun dochter met een Hollander.Ik bel tegen het einde van mijn verlof het bevrachting kantoor op en  vraag of er al wat voor mij is. 

“Dat komt mooi uit dat u belt Meester de Anna- V  komt zonder Meester, en  ligt volgende week in Zierikzee uien voor Londen te laden kan ik u boeken voor deze reis?” vraagt de klerk.

“Ja doe maar kan je me ook zeggen hoe groot dat Cruisschip is?”

“Ja zeker Meester ze is vierhonderd ton Motor tweehonderd veertig Pk Stork en de rest van de akkemodatie is niet in de Folder vermeld.”

“Oké boek mij dan maar voor de volgende reis.”

“En vraagt Alize waar gaat ge heen sjoeke.”

“Naar Zierikzee schat de Anne-V heet dat schip dan ga ik Maandag weg even bij mij thuis in Holland langs. En daarna naar Zierikzee dan kan jij onze trouwerij in orde maken als ik weg bena l zal ik je vreselijk gaan missen. We kunnen in ons voorlopig laatste weekend het er nog eens goed samen van nemen gaan we gezellig samen uit.””

“Dat moet dan maar sjoeke ik zal u ook missen zegt ze me aan kijkend  terwijl de tranen over haar wangen lopen.”

“Kom schatje zeg ik ik ga niet van de wereld af  en ik u zie gauw weer” ondertussen de tranen van haar wangen kussend. U zal wel gelijk hebben maar “ik hoop dat ik u rap weer zie sjoeke” zegt ze met een benauwde stem. Maandag morgens stappen we op de Bus naar Antwerpen, en ik ga ik met de trein naar Den Haag, en Alize naar het St, Jozef toe. In Antwerpen stappen we voor het Station uit en koop ik een kaartje naar Den Haag, en voor Alize een perron kaartje. We gaan door de draaihekjes het Station in de trap naar boven op. En zo naar Perron vier waar de trein naar Den Haag vertrekt. Als we boven komen staat de trein al klaar ik gooi mijn ouwe vertrouwde plunjezak op het balkon. En ga snel naar buiten waar we  elkaar kussend afscheid beginnen te nemen. De Conducteur fluit lang en indringend. En ik laat Alize na een laatste kus met moeite los en spring in de trein die al begint te rijden.

“zal je me schrijven sjoeke roept ze?”

“hele boeken vol Schat van me roep ik” en steeds harder gaat de trein ik blijf zwaaien tot ik haar niet meer zie.    Shark